Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willy zei niets meer; ze dacht plotseling weer aan George, en vroeg zich af, hoe Gerards leven worden zou als hij heenging uit het ouderlijke huis; zou het hem gaan als George en zooveel anderen, of zou de zonneschijn van deze omgeving hem bijblijven en behoeden?

Ze keek peinzend naar zijn open jongensgezicht met de ernstige oogen; in hare verbeelding ziende het lage de hand leggen op hem, hij strijdend er tegen, gesteund door de gedachte aan zijn thuis.

Gerard werd verlegen onder haar zwijgend aankijken.

ā€˛Willen we weer naar voren gaan?" vroeg hij met eene kleur, en zwijgend liepen ze weer naast elkaar door de gang, Willy al hare gedachten gevend aan George,

XIV.

't Was Maart, een eerste vriendelijke lentedag met zonneschijn en in de lucht dat geheimzinnige nieuwe leven, dat verjongt en opwekt.

Willy zat 's morgens met mevrouw Dryfel voor 't open raam in de huiskamer; ze las voor uit 't Sociaal Weekblad, terwijl mevrouw naaiwerk in orde maakte voor de meisjes die 's avonds les kwamen nemen.

De zes weken die Willy nu in Arnhem had doorgebracht, waren snel voorbijgegaan, elke dag vol afwisselende bezigheid. Ze had voor 't eerst geleerd, hoeveel men doen kan op een' dag, hoeveel zijn voor anderen en toch tijd overhouden voor eigen gezin en eigen ontwikkeling, 't Geheim van de familie Dryfel bestond in 't nuttig maken van elk oogenblik zonder

Sluiten