Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geluk al voor goed bedorven, zonder dat ze 't weten, en dan valt hun later tegen, dat 't niet mooier is. Zie je, Wil," vervolgde mevrouw op haar prettigen toon van vertrouwelijkheid, „we doen ons best, dat aan onze jongens duidelijk te maken, ze te waarschuwen en hun een ideaal van liefde en zedelijkheid te geven; dan hebben ze ten minste iets, om aan vast te houden. Toch ben ik dikwijls bang, voor Gerard nog minder dan later voor Louis; hij is zoo levendig en sluit zoo gauw vriendschap."

Willy dacht aan George; hij was misschien geweest als Louis.

„Maar als iemand eenmaal weet, wat goed is, moet hij toch sterk zijn," zei ze, verlangend nog meer van mevrouw te hooren.

„Ja, dat moet hij, maar we hebben er geen idee van, hoe moeilijk dat is, vooral als een jongmensch onder zijn vrienden niemand vindt, die zijn gevoelen deelt. Alleen blijven staan is voor de meesten heel moeielijk, en haast onmogelijk als ze van huis-uit geen idealen hebben meegebracht. En in hoeveel huisgezinnen is tijd of lust om aan iets hoogs te denken? Het materiëele neemt gewoonlijk alle gedachten in beslag. En dan komt er nog bij, dat vele vrouwen zich verbeelden niet over zulke dingen te mogen spreken; zoodoende hoort een jongen er alleen van door wijzere vrienden, die hem op een heel verkeerde manier inlichten, en 't gevolg is, dat hij hunne inlichtingen gelooft, zijne eigen oorspronkelijk reine gedachten voor dwaas houdt, en doet wat anderen doen. 't Is zoo gemakkelijk voor ons, er hard over te oordeelen, als we niet doordenken, waar het kwaad schuilt."

De woorden vielen zacht op Willy's stemming; ze begreep nu in eens beter dan ooit te voren

Sluiten