Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't is heerlijk te zien, hoe verrukt ze zijn over de prachtige natuur."

Ze schreef veel over het huishouden van de Dryfels; haar vader las het met sympathie, blij dat hij Willy geraden had er heen te gaan; mevrouw van Meersen vond alles overdreven of dwaasgoedhartig; ze verwachtte dat Willy er wel gauw genoeg van zou hebben en voor goed thuis komen. Ze zinspeelde er dikwijls op, als Willy voor een paar dagen in Boschvoort was, maar Willy kon er niet toe besluiten. Toch denkend aan haar vaders eenzaamheid, beloofde ze dien winter een paar maanden thuis te zullen komen; ze kon dan beproeven of 't haar mogelijk zou zijn, weer voor goed in Boschvoort te blijven, zonder opnieuw in neerslachtigheid te vervallen. Ze was bang, dat ze nog niet in staat zou zijn, den rechten weg te vinden om haar leven ook thuis goed en nuttig te maken, ze vreesde de eentonigheid, de hopelooze melancolie van den vorigen winter, voelend dat ze nog niet sterk genoeg was, er alleen krachtig tegen te strijden.

Haar leven was nu vol afwissselende bezigheid, waaraan ze hare gedachten kon geven als ze af wilden dwalen naar het vorige jaar, naar dien zomer, toen het leven haar genaderd was, zonder dat ze zijne gaven had kunnen aannemen. Elke dag bracht zijne eigene herinnering, volkomen helder, alsof 't pas gebeurd was, toch anders door den afstand.

Onbewust was er eene verandering in haar denken en voelen gekomen; haar leed was langzamerhand zachter geworden, zonder bitterheid; ze had zich een poos kalmer gevoeld alsof ze ging berusten, Maar toen ze dit bemerkte gaf het haar geen blijdschap doch schrik, ze wilde haar leed niet verhezen, 't Scheen vreemd in haar, dat ver-

Sluiten