Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid zou bedreigen, dat hem omlaag zou trekken zoo gauw hij verslapte in waakzaamheid er tegen.

Hij zou er ten minste niet onverhoeds door overvallen kunnen worden en hij was er tegen gewapend door de gedachte aan zijne ouders, aan het ideaal van liefde, dat hij door hen had leeren zien en begrijpen, als iets dat hij hoog moest houden, omdat het hem eenmaal 't grootste geluk zou geven.

,,'t Zou je misschien kunnen bewaren voor een groot verdriet .... en later ook een ander," had Willy gezegd. Leed ze dan misschien door een of andere verkeerdheid van iemand, die ze liefhad? Misschien was 't wel een misverstand: hij dacht aan verhalen uit boeken: kon hij haar maar helpen om het misverstand weg te nemen en haar gelukkig te maken. Het was een jongensachtig idee, dat hem in eens opwond; wat zou het heerlijk zijn als hij haar helpen kon! Ze zou toch voor hem dezelfde blijven, zoo goed als hij voor haar, al ging hij later van een ander meisje houden.

Die gedachte riep hem een gezegde van zijn vader te binnen: „Denk er om, dat je door één oogenblik toe te geven aan zinnelijken lust misschien voorgoed de kans op een gelukkig huwelijk bederft."

Willy had ook zoo iets bedoeld .... Vreemd toch .... dus om een meisje, dat hij nog niet kende, verdriet te besparen, moest hij goed blijven? Misschien zou hij nooit willen trouwen, dan was 't voor niet geweest.

Ach neen, hij voelde dadelijk dat die gedachte verkeerd was; hij moest in de eerste plaats goed blijven om zichzelve, om zijn leven mooi te doen zijn, en ook om zijne ouders en om Willy; hij wilde immers, dat ze al zijne handelingen zou mogen weten.

Sluiten