Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t Begon haar te kwellen, maar ze wist er niet van te beginnen. Toch, op een Zondagmorgen, toen ze samen waren, thuis in 't salon, begon ze er in eens van.

Ze zaten samen op de canapé; buiten regende het met hevige vlagen, maar binnen was 't intiem gezellig, een beetje donkerig door de betrokken lucht buiten"

„Zeg man," vroeg ze in eens, „wil je mij iets vertellen, van... dat vroegere?"

Hij schrikte. Was dan altijd die gedachte in haar ?

„Waarom, kindje?" vroeg hij heel zacht en teeder; „moet ik je nog meer pijn doen? Dat verleden is immers voorbij; 't heeft waarachtig niets nagelaten."

„Dat geloof ik wel, maar ik moet er toch wat meer van weten, Anders zal 't komen spoken in mijn hoofd; ik zal er over gaan denken en tobben en mij allerlei voorstellingen maken; als ik 't weet, zal ik 't beter weg kunnen jagen uit mijne gedachten, of er kalm aan denken. Toe, ik mag er immers naar vragen?"

Hij zweeg nog, zoekend naar woorden, 't Scheen nu zoover achter hem, dat verleden, en vooral zoo oneindig ver van Willy af; 't was onmogelijker over te spreken, terwijl hij haar in zijn armen voelde.

„ Wat moet ik er van zeggen ?" vroeg hij onhandig, verlegen, angstig.

„Zeg," fluisterde Willy, „hoe je er toe gekomen bent... Het andere komt er niet op aan."

Hij begon te spreken, in zijne stem een klank van treurigheid, omdat het haar pijn moest doen.

„Ik was negentien jaar, pas student, 'k Had nog wel een vaag idee, dat 't niet goed was, maar

Sluiten