Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een uitspraak, die niet alleen dr. Poels tot de grootste verbazing bracht, doch ook den bij dat onderhoud aanwezigen luitenant Malenckroth den uitroep ontlokte: „Maar, kapitein, dat zult gij toch niet doen!'*

Deze grenswacht is intusschen vervangen.

Men ziet, dat de invloed der revolutionnaire denkbeelden, door Troelstra gepredikt, groot is geweest. Men kent de suggestie, die van hem uit kan gaan en waaronder hij zelfs de Tweede Kamer trachtte te brengen, toen hij haar voor trachtte te praten: „Mijn politiek verleden bevestigt, dat ik niet voor een fantast doorga; ik heb mij „steeds zelfbeheersching opgelegd." Welk een teugelloos geweld de aarts-fantast, die hij in werkelijkheid is, zou hebben uitgelokt, blijkt uit het-bovenstaande. En wat zegt men wel van een vergadering onder protectoraat van het Kamerlid de Jonge, op Nederlandsch gebied gehouden, en waar een Akenaar den Duitschen steun komt verzekeren, terwijl soldaten verklaren, dat zij met wapens en al tot de revolutie zullen overloopen? Wat zegt men van de vergadering te Maastricht, waar een honderdtal soldaten alvast hun wapens aan de opstandelingen toezegden? Wat zegt men van den op Mgr. Dr. Poels beraamden moord?, - want daar kwam het drijven op nêer. Wat zegt men van de houding, welke sommige militaire overheden aannamen?

Ik meen voldoende te hebben aangetoond, hoe nauw de betrekkingen der Limburgsche socialisten waren met de satellieten van Liebknecht te Aken, van Wijnkoop met de Russische en Duitsche Bolsjewiken, van Troelstra met alle leiders der voormalige Internationale en aller avontuurlijke revolutionnairen in het buitenland. Het gaat reeds om de weinige plaatsruimte, die mij ter beschikking staat, niet aan, om alle bijzonderheden uit de revolutionnaire woelingen dier dagen op te halen en het kleurige beeld te schilderen, dat in de socialistische centra van ons land overal werd geboden tengevolge van het openbaar en geheim gestook.

Had niet de Amsterdamsche heer Keppler, in zijn betrekking opvolger van den heer Teilegen, tot zijn ambtenaren de even patriarchale als fameuze circulaire

Sluiten