Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1°. Het geheele kapitaal werd na verloop van een bepaald aantal jaren onder de nog levende deelnemers verdeeld, en daarmede was de onderneming afgeloopen.

2°. Het geheele kapitaal werd verdeeld onder de tien laatst in leven gebleven deelhebbers.

Evenmin als aan de vroeger beschreven Instellingen van Voorzorg in geval van overlijden, lag aart de thans bedoelde Instellingen van Verzorging bij leven, n.1. die van de „montes piétatis" en van Tonti, eenig wetenschappelijk beginsel ten grondslag; nog steeds was men niet op het denkbeeld gekomen, dat de levenskans daarbij op wiskunstig juiste wijze in rekening gebracht kon worden.

IV.

Reeds sinds overoude tijden bestond in de Vlaamsche en Nederlandsche gewesten de gewoonte van lijfrentenkoop en -verkoop, die zich van daaruit over een groot deel van Europa verspreidde. Het staat vast, dat in het jaar 1228 (de oudst bekende z.g. „lijfrentebrief" dateert van dat jaar) het sluiten van lijfrenten in Vlaanderen reeds een lang bekende zaak was. Zij werden meestal verkocht door de Overheid ('t zij van stad of gewest), wanneer deze om de een of andere reden de beschikking over aanzienlijke geldsommen wenschte. De goê gemeent' kwam dan hare kapitalen storten en de Overheid beloofde daartegenover een vaste rente, zoolang de storter van het kapitaal of een door hem aan te wijzen persoon nog in leven was. Ook beloofde men die rente soms zoolang van twee personen er nog één in leven zoude zijn. Niet zelden kwam het voor, dat de Landsheer van steden of rijke particulieren aanzienlijke sommen leende en dezen daarvoor in de plaats het recht toekende zich te dekken door den verkoop van lijfrenten. Op deze wijze beoorloogde o. a. Hertog Aelbrecht die van Arkel met geld, dat-door lijfrentenverkoop verkregen was. Een verschuldigde en onbetaald gebleven lijfrente-termijn werd de onmiddellijke oorzaak van den breuk tusschen Gravin Margaretha en haren zoon Willem V, die het begin vormde van de bloedige en langdurige Hoeksche en Kabeljauwsche twisten.

Ook bij het bepalen van het bedrag der lijfrenten ging men zonder eenige wetenschap te werk. Natuurlijk was de lijfrente steeds hooger dan de normale rente, maar zij werd meestal opgevoerd naarmate de stad of het gewest, dat haar verkocht, dringender geld behoefde. Met

uijfreuteukoop sa -verkoop.

Sluiten