Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo lang betoonde en nog niet geheel overwonnen afkeer, speciaal van ons volk, van de Instelling der Levensverzekering, zal zonder twijfel nog wel voor een deel stammen van de toen opgedane, treurige ondervindingen ; want gebrek aan spaarzaamheid heeft men den Hollanders nimmer kunnen verwijten. Het schijnt, dat de geleerde Heeren van de theorie er nooit aan gedacht hebben, hun kennis in dien zin aan te wenden, dat zij bestaande Sterftekassen reorganiseerden en door de regelen der Wetenschap voor ondergang bewaarden.

Nevens al deze Fondsen, die meestal door particuliere ondernemers opgericht en beheerd werden, en vooral schitterden door prachtige deviezen in proza of uitmuntende poëzie, werd nu en dan door een stad, die geld noodig had, nog eens in den een of anderen vorm een lijfrente„negotiatie" op touw gezet, zoo o. a. een tamelijk belangrijke door de stad Kampen. Ook de Heeren Staten waren nog geenszins afkeerig van dit middel om aan geld te komen, en het was vooral Kersseboom, die zich verdienstelijk maakte door het uitwerken van plannen, daarvoor. Zoo werd door hem op den 19en November 1735 een „negotiatie" doorgedreven, die den Staat niet minder dan 3 millioen gulden bezorgde, en waaraan, behalve het verleenen van lijfrenten, nog een soort van geldloterij werd verbonden. Ook hierover ontbrandde weer een heftige strijd tusschen Kersseboom aan de eene, Struijck en Van der Burch aan de andere zijde, welke laatsten de „negotiatie" hoogst gevaarlijk en immoreel achtten. De geldnood van den Staat gaf echter den doorslag en het publiek offerde zijne penningen. De neiging tot het deelnemen aan een Staatsloterij was ook toen reeds in het Nederlandsche volk aanwezig!

Niettegenstaande allen theoretischen arbeid en twistgeschrijf, niettegenstaande de lijdensgeschiedenis der tallooze kleinere fondsen en de lijfrente-operatiën van verschillende steden en ook van de Republiek zelve, schijnt men nimmer aan de oprichting eener groote Maatschappij gedacht te hebben, zooals er intusschen in Engeland meerdere verrezen waren, 't Was eerst in 1807, dat de eerste Nederlandsche Maatschappij van Levensverzekering ontstond. Zij werd opgericht door Anton Hartsen Corneliszoon, daarin bijgestaan door den beroemden Van Swinden, Professor aan het Athenaeum te Amsterdam. Zij ontving den naam van „Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen", en bestaat tot op den huidigen dag. Langen tijd had zij het bedrijf ten onzent alleen in handen, doch kon niettemin gedurende een reeks van jaren niet tot groote ontwikkeling komen. Op de redenen, die dit beletten en de latere Ge-

Sluiten