Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n.1. van Karup en van Zillmer. De laatste is het, wiens naam vooral verbonden is aan de kwestie der reserveberekening met of zonder netto-premie, een vraag, die ook tegenwoordig nog de hoofden der levensverzekeraars zóó warm maakt, dat men zich in den goeden ouden tijd van Struyck en Kersseboom terugwaant. Over die vraag zelve zal ik in mijn tweede Hoofdstuk handelen. Thans wensch ik alleen de namen van deze beide mannen te noemen als die van twee uitmuntende voorgangers op ons gebied, wier beider naam nog lang genoemd zal worden.

VII.

Ik zal mij thans niet verder verdiepen — want ik vrees inderdaad reeds te ver gegaan te zijn — in de Geschiedenis van de opkomst der Instellingen van Levensverzekering in ieder land afzonderlijk. Genoeg zij het te vermelden, dat zij hare vertakkingen over de vijf werelddeelen hebben uitgebreid, en dat, vooral sedert het midden der vorige eeuw, hare vorderingen zoo verbazend geweest zijn, als misschien van geene andere instellingen. In Europa is thans verzekerd (naar schatting) 40.000 maal millioen gulden, of 40 milliarden; op de geheele wereld: 90 milliarden, waarvan circa 35 milliarden in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

Dat in Europa de Levensverzekering een zoo hooge vlucht genomen heeft, is zonder twijfel voor een groot deel te danken aan de concurrentie uit Amerika en het voorbeeld van rusteloos voortarbeiden, dat ons vandaar gegeven is. Het is inderlaad verbazend, wanneer men nagaat, welk een ontzaglijke arbeidskracht er uitgegaan is en nóg uitgaat van de groote Levensverzekering-Maatschappijen aan de overzijde van den Oceaan. Er zoude een boekdeel te vullen zijn over den invloed, die van haar in Europa is uitgegaan en over de wijze, waarop deze heeft ingewerkt op Europeesche verzekeringsbegrippen en -toestanden. Ongetwijfeld heeft Europa den drang tot uitbreiding en rusteloos werken op ons gebied voor een groot deel van Amerika overgenomen, en zelfs de meest verstokte vijand van de Amerikaansche wijze van zaken doen mag niet uit het oog verliezen, hoeveel wij aan de concurrentie met „het volk van den overkant" —zooals Dickens het noemde— te danken hebben. Tezelfder tijd echter kan men het betreuren, dat door de opvatting, die, vooral vroeger, vele Amerikaansche Maatschappijen omtrent Levensverzekering

Tegenwoordige toestanden.

Amerikaansche invloeden.

Sluiten