Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen opwegen het geldelijk belang, dat de begunstigde bij het leven van den verzekerde heeft, of wel de liefde, die hij voor den verzekerde koestert, in welk geval hij bij diens leven een z.g. „intêrêt d'affection" heeft. Het is echter denkbaar, dat het vooruitzicht op de uitkeering bij overlijden den begunstigde, die elk gevoel van moraliteit en menschelijkheid heeft afgelegd, ertoe brengt dat overlijden te verhaasten. Zulke gevallen kwamen vooral in de 18c eeuw nu en dan voor; zij zullen waarschijnlijk vóór dien tijd ook wel eens voorgekomen zijn, doch werden ons niet overgeleverd. Het eerste geval van dien aard bij een eigenlijke Levensverzekering-Maatschappij kwam in 1762 bij de „Equitable Society" voor, over welke Maatschappij ik reeds uitvoerig handelde. Het gold hier een zekeren Innes, die zijn stiefdochter vergiftigde om £ 1000 in ontvangst te nemen, welke hij op haar leven bij de genoemde inrichting verzekerd had. De zaak kwam uit, doordat een omgekochte getuige op het laatste oogenblik den moed verloor en de ware toedracht aan de Rechtbank bekend maakte. Innes werd met den dood gestraft.

Zoolang de Maatschappijen weinig kieskeurig bleven bij het aannemen van verzekeringen, kwamen zulke gevallen nog als een voor. Tegenwoordig is het anders. In de eerste plaats kan bij verreweg de meeste Maatschappijen niemand meer, zooals vroeger, zonder zijn toestemming verzekerd worden; in de tweede plaats letten de Directiën erop, dat er een afdoende reden voor het sluiten van elke aangevraagde verzekering besta, en bij verzekeringen voor groote bedragen worden de informatiën 'soms zeer ver uitgestrekt. Ook sluiten geene Levensverzekering-Maatschappijen verzekeringen af op het leven van zeer jonge kinderen, een tak van verzekering die door Begrafenisfondsen niet uitgesloten wordt. Ik voeg hier onmiddellijk aan toe, dat, tot eere van den Nederlandschen arbeidersstand, alle duistere beschuldigingen, die men vroeger wel eens hoorde fluisteren omtrent opzettelijke verwaarloozing van verzekerde kinderen, met het doel den dood te veroorzaken, ongegrond zijn gebleken. Een Enquête door een Staatscommissie heeft dit afdoende bewezen en in het daarover uitgebrachte verslag wordt het duidelijk aangetoond.

Er zijn helaas enkele gevallen voorgekomen, die zelfs door de meerdere voorzorgen van den modernen tijd niet verhinderd konden worden. In ons land maakte, jaren geleden, de misdrijven van de z. g. Leidsche giftmengster een diepen indruk. Het gold een vrouw, die er een geregeld bedrijf van maakte, hare familieleden en bekenden voor kleine bedragen bij Begrafenisfondsen te verzekeren en dan door vergif om

Sluiten