Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

conteerde provisie soms den Agenten iets toebedeeld, dat hun niet toekomt, wanneer n.1. de verzekerde zijn verzekering spoedig loopen laat. Immers den Agent is dan een provisie uitbetaald, die met het oog op het blijven voortbestaan der verzekering berekend was, en de Maatschappij, welke die provisie in ééns uitbetaalde, in de verwachting haar langzamerhand uit de opéénvolgende premie-betalingen bij kleine sommen terug te ontvangen, ziet zich in die verwachting bedrogen.

Men voere niet het argument aan, dat de Maatschappij toch in ieder geval aan de eerste premie een voordeeltje heeft, omdat zij van de uitkeering bij overlijden geheel ontslagen is, en er, na aftrek van de provisie, nog een gedeelte van de premie overblijft. Immers dat gedeelte heeft moeten dienen tot dekking van het risico, d. w. z. tot het bestrijden van een klein deel der sommen, die de Maatschappij op andere polissen moest uitkeeren. Na wat ik zooeven mededeelde omtrent het coöperatieve karakter eener Levensverzekering-Maatschappij zal dit wel geen verdere toelichting behoeven.

Uit dit alles blijkt, dat, als regel, ook de kosten voor provisie in het eerste jaar van elke verzekering betaald moeten worden —- zóó ook wil het de gewoonte in ons land —, en dat die eerst langzamerhand in de kas van de Maatschappij terugvloeien, naarmate de jaarpremiën voor die verzekering binnenkomen. Aangezien voor die hooge kosten in het eerste jaar de middelen niet uit den opslag op de premiën der nieuwgesloten verzekeringen kunnen gevonden worden, moet daarvoor geleend worden uit andere middelen der Maatschappij, en die leening uit de opslagen op de volgende jaarpremiën langzamerhand worden afgelost. Ondernemingen, die in gunstigen toestand verkeeren, stellen zich echter niet tevreden met het langzaam aflossen dezer gelden, doch zorgen ervoor, dat alle voor het afsluiten eener verzekering gemaakte onkosten binnen enkele jaren weer teruggevloeid zijn uit de winsten der Maatschappij. De opslag voor onkosten, die in alle volgende premiën van die verzekeringen begrepen is, wordt dan natuurlijk disponibel voor onkosten, die de Maatschappij in de toekomst zal hebben te betalen.

III.

Begrip van sserve.

Ik stap thans van dit onderwerp af, om te handelen over een zaak, die van het allerhoogste gewicht is voor het goed begrip van de inrichting eener Levensverzekering-Maatschappij, en die ten slotte blijken zal

Sluiten