Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

] } 1

Premiën en Winsten.

(

t

C V

j.cuct aanzienlij ne winsten nebben gemaakt. Wanneer een Maatschappij op de een of andere wijze van haar bloeienden toestand blijk gaf — b.v. door het stichten van een fraai gebouw of iets dergelijks —, hoorde men al zeer spoedig personen, die zich tot een oordeel gerechtigd'achtten, op de volgende wijze redeneeren: „Ziet ge, daar hebt ge het nu al: dat „gaat alles maar van het geld van de verzekerden! De Maatschappij „deed beter, die wat minder premie te laten betalen!"

Deze redeneering gaat mank in menig opzicht, en getuigt van zeer weinig begrip omtrent handel en handelstoestanden.

In de eerste plaats — om bij het voorbeeld van het gebouw te blijven - is zulk een huis in verreweg de meeste gevallen een uitmuntende geldbelegging, die een zóódanige rente afwerpt, dat men in den aanbouw allerminst een daad van overdadige weelde of overgroote pronkzucht behoeft te zien. In de tweede plaats echter — en hierop komt het thans hoofdzakelijk aan —, al was het geheele gebouw enkel en alleen uit de winsten der Maatschappij betaald, en al maakte deze nog zóóveel winst bovendien, dat zij desverkiezende daarvoor nog tien zulke gebouwen, ja een geheele stad zou kunnen stichten, dit bewijst volstrekt niets omtrent een te hoog of te laag van de premiën, die zij van hare verzekerden vordert.

Intusschen valt het niet te ontkennen, dat de tijd van groote winsten in het levensverzekeringsbedrijf — ook in ons vaderland — voorbij is. Wanneer men in aanmerking neemt het geweldige apparaat, dat /oor het maken van die winsten in beweging moet worden gezet, zijn ik winsten zelfs uiterst gering. Wij zouden de bewering niet gewaagd /inden, dat er weinig bedrijven zijn, waarbij, in verhouding tot den >nvang van het bedrijf, de winsten zóó gering zijn als bij dat der levens/erzekering. Wellicht zal — bij de handhaving van den tegenwoordigen ïoogen rentevoet — daarin eene compensatie gevonden kunnen worden. De vraag rijst dan echter, hoe lang de rentevoet zich op deze hoogte ïandhaven zal!

Er bestaat geen direct verband tusschen de premiën — d. i. den prijs Ier verzekeringen — en de gemaakte winst; of, juister uitgedrukt:

Het feit, dat men winsten maakt, bewijst volstrekt niet, dat de premiën e hoog zijn.

Een staathuishoudkundige zou vreemd opkijken, wanneer men hem e stelling voorlegde, dat, zoo in den handel op eenig artikel groote 'insten gemaakt worden, de prijzen voor dat artikel te hoog zijn, en

6*

Sluiten