Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïi.

Het is misschien een gevolg van de richting in onzen tijd, die het maken van groote ondernemerswinsten afkeurt, en meent, dat, aangezien het publiek die betaalt, men het publiek een dienst bewijst, door ze uit te sparen, dat het zoogenaamde „onderlinge systeem" zulk een hooge vlucht genomen heeft, en men ook op het gebied der Levensverzekering de ondernemingen, behalve in den vorm van Naamlooze Vennootschappen, in dien van Onderlinge Maatschappijen gegoten ziet. De meerderheid huldigt echter nog het eerste systeem en geeft daardoor blijk dit te prefereeren; de minderheid heeft het onderlinge stelsel gekozen. Het spreekt dus vanzelf, dat de opinièn omtrent de vraag, wat hier het verkieslijkst is, zeer uiteenloopen, en dat de een met evenveel vuur het onderlinge systeem voorstaat als de ander den vorm der Naamlooze Vennootschap verdedigt.

Het zal wel onnoodig zijn, uitvoerig de inrichting van een Naamlooze Vennootschap of Maatschappij op Aandeden en van een Onderlinge Maatschappij te beschrijven. Het hoofdonderscheid ligt daarin, dat de eerste in het bezit is van een aandeelenkapitaal, waarop een gedeelte gestort moet zijn en waarop verdere stortingen verlangd kunnen worden, terwijl de tweede dat mist.

De aandeelhouders eener Naamlooze Vennootschap, die het kapitaal, waarmede de onderneming begonnen wordt, bijeen gebracht hebben, zijn feitelijk de ondernemers. Immers zij hebben die gelden bijeen-gebracht, teneinde daarmede een handelsonderneming — in casu het bedrijf der Levensverzekering uitoefenende — te beginnen. Aangezien het onmogelijk is, dat al die aandeelhouders zelf het beheer voeren en de onderneming leiden, worden er één of meer personen aangewezen, die zich met het beheer belasten en daarvoor verantwoordelijk zijn. Men vindt het tegenwoordig zeer onbillijk, wanneer deze aandeelhouders ruime vruchten plukken van het kapitaal, dat zij — altijd meer of min een waagstuk! — aan een beginnende onderneming hebben toevertrouwd. Zijn er echter verliezen en gaat de onderneming fout, dan vindt ' men het zeer billijk, dat zij die verliezen dragen. Dat is meten met twee maten. En in onze dagen, waarin men zich, ter verheerlijking van den arbeid, er niet meer mede schijnt te willen tevreden stellen, de rechten van het kapitaal binnen rationeele grenzen te beperken, doch er een strooming bestaat, welke deze rechten geheel wil ontkennen, kan het

Maatschappijen op aandeelen en Onderlinge Maatschappijen.

Sluiten