Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

invloed, dien men daarop zou willen oefenen, en die het uitvloeisel zijn van toevallige omstandigheden, die noch de Directie der Maatschappij, noch iemand anders met zekerheid had kunnen voorzien. Deze oorzaken zijn: een gunstige afwijking in de sterfte, waardoor deze blijft beneden die, welke de aangenomen sterftetafel aanwijst, en er dus minder uitkeeringen behoeven plaats te hebben; en: een rijzing van den rentevoet, waardoor de Maatschappij van hare beleggingen meer rente kan maken dan zij haren verzekerden voor de gestorte premiën in rekening brengt. Over beide punten sprak ik reeds in het vorige Hoofdstuk.1) Nu zoude er iets onbillijks in gelegen zijn, wanneer men de verzekerden niet in de gelegenheid stelde, van dezen gunstigen toestand, die gedeeltelijk ontstaan is buiten medewerking van de Bestuurders der onderneming en die in zijn werking niet tot die ééne Maatschappij beperkt, doch in het algemeen en op elk gebied voelbaar is, mede te profiteeren. Daarbij komt nog, speciaal wat den rentevoet betreft, dat de kapitalen, waarvan men rente kweekt, voor verreweg het grootste deel tot de zoogenaamde reserve der Maatschappij behooren, d. w. z. tot het liquidatiefonds, dat gevormd is uit de betaalde premiën. Al moge dit fonds nu ook het eigendom der Maatschappij zijn, dat het gevormd wordt uit bijdragen van de verzekerden, maakt het begrijpelijk, dat men ook de verzekerden mede doet genieten van de bizondere voordeelen, die uit de belegging van dat fonds voortvloeien. Zeer zeker zal verder de algemeene strooming, die op dit gebied ontstaan is, ook die Maatschappijen, welke minder met winstuitkeeringen aan verzekerden zijn ingenomen, omdat deze soms aan de verzekeringsdaad het karakter van voorzorg kunnen ontnemen voor dat van een min of meer speculatieve geldbelegging, ertoe gebracht hebben, zich bij de algemeen ingevoerde gewoonte neder te leggen, en haren verzekerden de gelegenheid te bieden, in hare winsten te deelen.

Zoo zijn dus de aandeelhouders der Naamlooze Vennootschappen van Levensverzekering ertoe gekomen, van een zeer groot deel der hun toekomende winsten afstand te doen ten behoeve van de verzekerden. De vorm, waarin en de wijze, waarop bij die Vennootschappen de verzekerden in de winst deelen, is zeer verschillend. Soms wordt de winst gehalveerd en de helft aan aandeelhouders, de helft aan verzekerden toegewezen. Soms wordt (meer rationeel!) de winst tusschen

x) Zie blz. 50 v.v.

Sluiten