Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De appreciatie van het onderlinge en van het

aandeelensysteem is onafhankelijk van de appreciatie der bizondore Maatschappijen.

mij voor, dat zij daarmede ophouden zuivere onderlinge ondernemingen te zijn. De zaak wordt meestal zóó voorgesteld, dat de verzekerden tegen een premie-reductie afstand kunnen doen van hun aanspraak op winstaandeel. Op die verzekeringen zonder aandeel in de winst echter zal de Maatschappij toch óók wel winst maken: zij mag zelfs de premiën daarvoor niet zóó laag stellen, dat verlies waarschijnlijk wordt. Deze winst nu behoort, naar het grondbeginsel van het onderlinge systeem, aan de verzekerden, d. w. z. in dit geval aan de verzekerden, die geen afstand van hun winstaandeel gedaan hebben. Zoo komen dus de winsten, op de eene groep van verzekerden gemaakt, ten goede aan de andere groep. Deze laatste staat tegenover de eerste in dit opzicht juist zoo als de aandeelhouders eener Naamlooze Vennootschap tegenover hare verzekerden: feitelijk maken zij handelsmmttn, die in 't geheel niet het karakter hebben van een restitutie van te veel betaalde gelden.

En wat. wanneer er verliezen geleden worden? Deelen tle verzekerden volgens het gereduceerde tarief ook daarin niet? Of moeten zij die mededragen? Wat geschiedt met winst of verlies, als alle verzekerden eens het gereduceerde tarief kozen? — Ziedaar vele vragen, die ons een waren chaos binnenleiden, waaruit ontsnappen bijna onmogelijk is. deen wonder! Als men uit het onderlinge systeem het onderlinge wegneemt, wordt alles verward en systeemloos!

Wanneer men mij thans de vraag stelt: Is het voordeeliger zich bij een Onderlinge Maatschappij dan bij een Maatschappij op Aandeden te verzekeren? — moet ik het antwoord daarop schuldig blijven. In dien absoluten vorm is het niet te geven. Het vóór en tegen van beide systemen heb ik zooeven aangetoond, maar dit is geheel iets anders dan het vóór en tegen van bestaande Maatschappijen volgens één dier systemen. Er zijn Naamlooze Vennootschappen, wier winstuitkeeringen aan verzekerden die van zeer vele Onderlinge Maatschappijen overtreffen, en evenzoo zijn er Onderlinge Maatschappijen, die in dit opzicht boven Naamlooze Vennootschappen staan. Alles hangt hierbij af van de wijze van werken, de uitbreiding, het onkostencijfer van elke speciale Maatschappij. De omstandigheid echter, dat een onderneming op het onderlinge systeem gebaseerd is, kan op zich zelf nimmer een bewijs zijn, dat zij meer winst aan de verzekerden uitkeert dan een andere, die den vorm der Naamlooze Vennootschap heeft aangenomen.

Sluiten