Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houdbare beloften tot stand komt. Zulke verzekerden worden geetn bondgenooten, maar integendeel vijanden, wanneer zij later tot nadenken komen en het bewustzijn met zich rond dragen, tot het afsluiten als 't ware geprest te zijn. Zij worden dan vijanden, niet alleen van den Agent en de door hem vertegenwoordigde Maatschappij, maar dikwijls van de geheele zaak der Levensverzekering. Want er is, helaas, geen tweede vak, waarin de zonde van den enkele zich zóózeer op het algemeen wreekt!

Keeren wij terug tot de introductie-kwestie. Wanneer het den Agent niet gelukt een introductie te krijgen, mag dit hem. nog niet van het brengen van een bezoek terughouden.

De eenige reden, die hem daarvan weerhouden kan, is beschroomdheid. Personen, die aan deze onaangename kwaal lijden, stellen de zaak meestal zóó voor, alsof zij vreezen indiscreet te zijn, het in anderen afkeuren, wanneer ze zoo maar bij wild-vreemden met de deur in huis vallen, enz. Wanneer zij echter de hand diep in eigen boezem steken, zullen zij op den grond van hun hart als ware reden de beschroomdheid vinden. De Agent nu moet steeds vrijmoedig zijn, — maar wordt hij indiscreet, dan is hij reddeloos verloren.

Is het dan inderdaad niet indiscreet, wanneer men iemand, dien men in het geheel niet kent, tot een Levensverzekering uitnoodigt? Nemen wij eens aan, dat de Agent in een koffiehuis zit en dat buiten een regenbui dreigt. Tegenover hem zit iemand, dien hij nooit in zijn leven gezien heeft; de man heeft blijkbaar niet op het weer gelet en de Agent hoort hem tot den kellner zeggen: „Ik ga uit, wees zoo goed en bewaar even mijn parapluie!" Honderd tegen één, dat de Agent hem dan op het weer opmerkzaam maakt en aanraadt, zijn parapluie wèl mede te nemen. Slechts beschroomdheid zou hem van die waarschuwing kunnen terughouden en daarin een indiscretie kunnen doen zien.

Evenzoo is het alleen beschroomdheid, die den Agent beletten kan, iemand te waarschuwen, dien hij op het punt ziet, zijn levensweg te vervolgen, zonder eenige beschutting voor zich en de zijnen tegen de rampen, die een onverwachte dood hun onvermijdelijk moet berokkenen! Waarschuwt hij zoo iemand uit beschroomdheid niet, wel verre van aanspraak te kunnen maken op den naam van een discreet, fijngevoelig man, moet hij veeleer als iemand beschouwd worden; die zijn plicht verzuimt, omdat hij den moed mist haar te volbrengen. Geen Agent, die volkomen doordrongen is van de schoone roeping, die hij

Beschroomdheid, vrijmoedigheid en indiscretie.

Sluiten