Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

De verhouding van het Publiek tot de Levensverzekering. Vakstudie.

Terloops heb ik reeds hier en daar een opmerking gemaakt omtrent de houding, die het publiek in den tegenwoordigen tijd aanneemt tegenover de zaak der Levensverzekering in het algemeen. Deze houding is natuurlijk in de verschillende landen ook zeer uitéénloopend. In Engeland en Amerika is zij buitengewoon waardeerend: Levensverzekering is, vooral in het eerstgenoemde land, een werkelijke levensbehoefte geworden, en daar kan men zonder overdrijving zeggen, dat het publiek het vak der Levensverzekering zéér hoog stelt — hooger dan menig ander! —, dat het volkomen doordrongen is van de groote moeielijkheden, die de beoefening van dat vak met zich brengt, en gaarne medewerkt om die moeielijkheden uit den weg te ruimen —, dat het in de Agenten der Levensverzekering-Maatschappijen vrienden in den nood ziet, die het niet alleen met welwillendheid behandelt, maar met volkomen vertrouwen en als welkome gasten begroet.

Hoe geheel anders is het in andere landen, hoe geheel anders ook ten onzent! In Nederland wordt de Levensverzekering nog slechts door de minderheid van het publiek gekend en gewaardeerd. De overgroote meerderheid kent haar niet, maar spreekt meestal over haar, alsof zij haar wèl kende, en dat wel ... van een ongunstige zijde! De houding van die meerderheid tegenover de Levensverzekering kan men aldus kenschetsen:

Geringschatting van het bedrijf. Wantrouwen jegens de beoefenaars daarvan.

Sluiten