Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand te doen gevoelen, hoezeer de geringschatting van haar bedrijf misplaatst is, en hoe bekrompen het is, te minachten wat men'niet kent1).

antrouwen leseDa de be?0,/Uaars™ihet bedrijf.

i 1 ( ( I I i

2 (

II.

Op het tweede punt, dat de houding van het grootste deel van het publiek ten onzent tegenover de Levensverzekering karakteriseert: het wantrouwen jegens Maatschappijen en Agenten, heb ik reeds hier en daar terloops gewezen. Vele lieden — en daaronder niet alleen onontwikkelden! — zijn "er te goeder trouw van overtuigd, dat elke Levensverzekering-Maatschappij er slechts naar streeft, „er zooveel van te halen als ervan te halen is", en zich al zeer weinig bekreunt om recht en billijkheid, waar het geldt het versterken van haar eigen kas.

In dit opzicht moeten degenen, die zich aan dit vak wijden, van verschillende zijden wel eens dingen hooren, die hen als eerlijke mannen diep kwetsen, en men moet al buitengewoon lankmoedig zijn, wanneer men in zulk een geval niet nu en dan eens zijn bedaardheid verliest. Een fout is dit echter altijd, want heftigheid kan nooit baten. Volkomen beschaafde lieden kunnen soms, als ware het iets zeer gewoons, tot de Directiën of Agenten van Levensverzekering-Maatschappijen beleedigingen richten, die zij van niemand zouden verdragen, doch die de bedoelde Directiën en Agenten maar voor lief moeten nemen. Dezelfde persoon, die zonder eenig bedenken, zoodra hij meent, dat tem eenig onrecht geschiedt, den Directeur eener Levensverzekeringmaatschappij toevoegt: „Ge eigent U geld toe, dat mij toekomt; ik zal ,aan Uw handelwijze'publiciteit geven!", zou hoogst verbolgen zijn, vanneer men hem zeide: „Mijnheer, U steelt; ik zal dat in de courant :etten!" — en toch: oü est la différence? De Directie eener Levensverzekering-Maatschappij doet in zulke gevallen het verstandigst, zich

l) Een zeer interessante gedachtenwisseling omtrent de opleiding van Actuarissen 'ond in September 1895 plaats op het Eerste Internationale Congres van Actuarissen e Brussel. De op dit en volgende Congressen uitgebrachte rapporten en gevoerde disussién waren ook op andere gewichtige punten van het grootste belang, zoo o. a. die 'ver de onwetenschappelijke inrichting%an vele bestaande jondsen en kassen, over Staatsoezicht en over de berekening der reserve met netto-premie. Het waren bijna uitsluitend duitsche en Amerikaansche leden van deze Congressen, die geen tegenstanders bleken e zijn van de beide laatste maatregelen, welke bij de meerderheid dezer bij uitstek aakkundige vergaderingen weinig sympathie schenen te vinden. Als de Regeeringen r maar evenzoo over dachten!

10

Sluiten