Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelde gronden. Toch is de zaak niet zóó eenvoudig als zij er uitziet. Immers niet alle Maatschappijen profiteeren in dezelfde mate van de omstandigheid, dat zieke verzekerden in de gelegenheid gesteld worden in eene gezonde lucht herstel te vinden: de Volksverzekering-Maatschappijen, die vooral onder minvermogenden werken, zullen bij de verpleging in wZfosanatoria veel meer belang hebben dan Levensverzekering-Maatschappijen, die uitsluitend grootere posten afsluiten en dus werken buiten de kringen, waarin de invloed van wZ/bsanatoria zich doet gevoelen. Maar bovendien, wanneer de algemeene sterfte werkelijk blijvend gunstiger worden mocht tengevolge van dien invloed, zullen sommige Maatschappijen er de voorkeur aan geven tot eene vermindering der premiën over te gaan (waardoor het algemeen belang gebaat wordt), boven het nu en dan steunen van een sanatorium door geldelijke bijdragen. De keuze in deze kan moeilijk zijn.

1

i 1 < i

F

• e d v e

II.

Waar de arbeid der geneeskundigen in het algemeen belang, het voorkómen en genezen van ziekten, indirect ook de zaak der Levensverzekering dient, daar heeft deze laatste op een ander gebied de hulp der geneeskundigen zóózeer noodig, dat zij in haar tegenwoordigen vorm zonder die hulp onbestaanbaar zijn zoude.

Wanneer alle bewoners van een zeker land, of zelfs van een zekere stad, zich bij één en dezelfde Maatschappij verzekerden, zou een onderloek naar hun gezondheidstoestand overbodig zijn. Bij een zoo groot lantal individuën toch zou de verhouding tusschen langlevenden en cortlevenden overeenkomen met de normale verhouding, die daarvoor langewezen wordt door de sterftetafel, die juist op een groot aantal vaarnemingen berust. Het bestaan van die normale verhouding heeft engevolge, dat de berekende premiën, welke daarop gebaseerd zijn, lat de langlevenden voor de kortlevenden medebetalen, ook inderdaad oereikend zouden blijken om aan alle verplichtingen te voldoen.

Zulk eene collectieve verzekering moge theoretisch denkbaar zijn, ractisch bestaanbaar is zij niet. Immers niet de geheele bevolking ener stad verzekert zich, doch slechts betrekkelijk weinigen daarvan, ie daartoe vrijwillig besluiten. Ware het nu mogelijk bij een Levenserzekering-Maatschappij aangenomen te worden, zonder dat deze zich irst van den gezondheidstoestand van den verzekeringscandidaat

11

Sluiten