Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is geheel iets anders dan de vraag naar zijn oogenblikkelijken gezondheidstoestand.

Reeds bij een vroegere gelegenheid sprak ik over de beteekenis van de uitdrukking „waarschijnlijke levensduur"1). Ik moet thans het toen gezegde nog eens in herinnering brengen. Nemen wij aan, dat een sterftetafel aanwijst, dat er van een zeker aantal gelijktijdig geborenen na 50 jaren nog 44.000 in leven zijn. Nemen wij verder aan, dat diezelfde sterftetafel aanwijst, dat er van die 44.000 personen op 72-jarigen leeftijd nog 22.000 in leven zijn, dan is de waarschijnlijke levensduur van een normaal-gezond persoon van 50 jaren: 72—50=22 jaren. Zijn kans, om 72 jaren oud te worden, d. i. nog 22 jaren te leven, is even groot als zijn kans, om vóór dien tijd te sterven; anders uitgedrukt: hij heeft even veel kans, om tot de 22.000 personen te behooren, die den 72-jarigen leeftijd bereiken, als tot de 22.000, die niet zoo oud worden. Intusschen kan niemand vooruit wéten, welke individuen onder de 44.000 50-jarigen den leeftijd van 72 jaren bereiken zullen, maar wél kan men zeggen, dat de helft van die groep zoo oud worden zal, zonder eenig bepaald persoon vooruit te kunnen aanduiden, als zullende behooren tot de gelukkige overlevenden.

Het geneeskundig onderzoek nu heeft ten doel, te constateeren, of de waarschijnlijkheid bestaat, dat een bepaald individu tot die groep van personen van zijn leeftijd zal blijken te behooren, die den voor dien leeftijd normalen levensduur niet voleindigen; bij een 50-jarige dus (om bij het eenmaal gekozen voorbeeld te blijven), of hij waarschijnlijk behooren zal tot de 22.000 personen van zijn leeftijd, die vóór hun 72ste jaar overlijden zullen, m. a.w. of zijn levenskans geringer is dan die van een normaal-gezond individu van zijn leeftijd.

Het antwoord op die vraag hangt natuurlijk in de eerste plaats af van den oogenblikkelijken gezondheidstoestand, maar zij is ook van andere omstandigheden afhankelijk. Een volkomen gezond individu kan zeer goed tot hen gerekend moeten worden, wier levenskans geringer is dan die van normale personen van hun leeftijd. Voorbeelden daarvan zijn gemakkelijk te vinden. Iemand van betrekkelijk nog jeugdigen leeftijd, b.v. 20 of 25 jaren, kan bij onderzoek volkomen gezond bevonden worden, zonder abnormale afwijking aan eenig orgaan. En toch zullen zeer vele medici tot de uitspraak geneigd zijn, dat die persoon

1) Zie blz. 47 v.v.

11*

Sluiten