Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal hij dan doordrongen worden van de noodzakelijkheid, woorden als: „normaal", „gewoon", enz. te vermijden, en liever te omschrijven en te preciseeren. Immers hij zal dan begrijpen, dat slechts op die wijze de Adviseur zich van den onderzochten persoon een beeld kan vormen, even nauwkeurig als wanneer hij zelf het onderzoek had ingesteld, iets, waarvan ik de wenschelijkheid zooeven betoogde. Eindelijk zal de kennis van dit onderdeel der geneeskunde den onderzoekenden geneesheer er vanzelf toe brengen, in een afwijkend oordeel van den Adviseur niet een veroordeeling van zijn eigen methode van onderzot k of een twijfelen aan zijn medische kennis te zien. Juist dan zal hem de taak van den Adviseur tegenover de zijne volkomen duidelijk zijn, en de meerdere practische ervaring op dit gebied van dien Adviseur hem gaarne diens oordeel doen eerbiedigen. De juiste opvatting van de beteekenis van dat oordeel bespaart èn hemzelven èn den Adviseur èn der Maatschappij vele onaangenaamheden.

Uit dit alles volgt tevens, dat een Agent, die zich boos maakt over de afwijzing van een candidaat daar, waar de onderzoekende geneesheer hem voor aannemelijk verklaarde, ondoordacht handelt. Hoe dikwijls komt het niet voor, dat, wanneer de Adviseur tot afwijzen geadviseerd heeft, en de Agent daarvan in kennis wordt gesteld, deze zich naar den geneesheer spoedt, die het onderzoek instelde, en van dezen dan verneemt, dat de onderzochte persoon volkomen aannemelijk is, en dat het een dwaasheid is, hem af te wijzen! De Directie ontvangt dan van haren Agent dikwijls een zeer ontstemd schrijven, waarin, op grond van het oordeel van den onderzoekenden geneesheer, op het alsnog aannemen der verzekering wordt aangedrongen. In plaats van zich op deze wijze met den onderzoekenden geneesheer te vereenzelvigen, behoort de Agent, die zijn taak goed opvat, juist het omgekeerde te doen, en het' dien medicus duidelijk te maken, op welke goede gronden zijn Directie aan het oordeel van den Adviseur omtrent aannemen of afwijzen meer waarde hechten moet, en waarom daarin voor hèm, den onderzoekenden geneesheer, niets kwetsends ligt.

't Is waar, de door het afwijzen van zijn candidaat ondervonden teleurstelling maakt die taak voor den Agent niet aangenaam. Maar hij zal toch zeker van verder aandringen op het aannemen afzien, wanneer hij zich maar eenmaal goed rekenschap geeft van de verantwoordelijkheid, die hij daarmede op zich laadt. Hoe beschaamd zou hij tegenover zijn Directie staan, wanneer deze eens werkelijk voor zijn aan-

1)6 Agent tuaachen onderzoo' kenden en adri' seerenden geneesheer.

Sluiten