Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Punten, waar°P het Staatstöez'cht zich richt

III.

Nadat wij dus gezien hebben, dat het Staatstoezicht feitelijk wordt uitgeoefend door Ambtenaren, die slechts feilbare menschen zijn, ook al dienen zij den Staat, vraag ik in de tweede plaats: Waarop moeten die Ambtenaren toezicht houden?

Deze vraag is niet zoo heel gemakkelijk te beantwoorden, en juist de omstandigheid, dat hjer eigenlijk geen grens te trekken is, vormt een van de groote gevaren, die aan Staatstoezicht verbonden zijn. De opvattingen in verschillende landen loopen op dit punt zeer uiteen, en hielen daar vat men het toezicht in dien geest op, dat men er de vrijheid van bedrijf op de meest verregaande wijze door aan banden legt en den Staatsambtenaar feitelijk op den Directeurszetel zet.

Zeer ver gaat men b. v. in sommige Staten der Noord-Amerikaansche Unie. Zoo wordt het daar den Maatschappijen.verboden, kleurlingen van verzekering uit te sluiten of een extra-premie te doen betalen, alleen uit hoofde van hun ras. Daardoor dringt men dus deze, misschien slechte, risico's öp, zonder zelfs de moeite te nemen, te onderzoeken, of wellicht niet de levenskansen van het zwarte ras minder gunstig zijn dan die van het blanke. Ja, hier en daar hoort men reeds een zéér radicalen raadgever den wensch uiten, dat aan Levensverzekering-Maatschappijen het maken van „ongemotiveerde winsten" belet worde. Wie zal ooit kunnen uitmaken, welke winsten ongemotiveerd zijn? Wanneer men zich op dit gebied waagt, komt reeds de particuliere eigendom in gevaar!

In de vroegere Zuid-Afrikaansche Republiek, bestond het merkwaardige voorschrift, dat elke daar werkende Maatschappij elke harer verzekeringen tot oorlogsrisico moest uitbreiden, zonder daarvoor eenige extra-premie in rekening ie mogen brengen\ Dit voorschrift is karakterestiek voor de houding van vele Staten tegenover de Levensverzekering. De Staat zelf veroorzaakt den oorlog. Daardoor vermeerdert het risico voor de Levensverzekering-Maatschappijen. En zonder te vragen, of het mogelijk is of niet, decreteert de Staat, die zelf tot die vermeerdering aanleiding gaf, zonder bedenken, dat de LevensverzekeringMaatschappijen zich daartegen niet dekken mogen! En men meent daardoor te handelen in het belang der verzekerden! Al was dit zoo, dan nog zou de vraag gewettigd zijn, waarom alleen de Maatschappijen de kwade gevolgen van de handelingen van den Staat moeten ondervinden, waarom niet ook de verzekerden ? De Staat heeft in het algemeen steeds neiging,

Sluiten