Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat vast, maar het wanneer is hier onzeker. Bij Brandverzekering kan men vragen: zal het huis door brand verwoest worden, ja of neen? Bij Levensverzekering kan men die vraag aldus stellen: zal de verzekerde den voor zijn ouderdom waarschijnlijken levensduur voleindigen, ja of neen? De beiderlei mogelijkheid, die Verzekering tot een zoogenaamd kanscontract maakt, bestaat dus bij Levensverzekering ook, waardoor ook deze tot een kanscontract gestempeld wordt. Het feit van den dood moge dan al vaststaan, een karakteristiek onderscheid met de eigenlijke Verzekering maakt dit niet, omdat het tijdstip van den dood niet vaststaat.

Een werkelijk ingrijpend verschil is echter gelegen in de omstandigheid, dat de eigenlijke verzekerings-overeenkomst slechts dan effect kan hebben, wanneer er inderdaad schade geleden is, terwijl bij Levensverzekering dit geen positief vereischte is. Anders uitgedrukt komt dit hierop neer, dat bij gewone Verzekering (die men daarom ook Schadeverzekering pleegt te noemen) degene, ten wiens voordeele de verzekering gesloten is, belang moet hebben, en dat wel geldelijk belang, bij het voortbestaan van het verzekerde voorwerp. Wanneer iemand ten eigen behoeve het huis van een ander tegen brandgevaar wil verzekeren, dan zal geen Maatschappij daartoe bereid gevonden worden; hij heeft immers geen belang bij het onbeschadigd blijven, en zal geen geldelijke schade lijden, zoo het door brand mocht worden vernield. De verzekering zou dus alleen dienen, om hem een geldelijk belang te geven bij het afbranden; er zou voor hem niet het minste belang bestaan, dat afbranden te voorkómen, ja 't zou zelfs in zijn belang zijn, het uit te lokken. Wil iemand daarentegen zijn eigen huis, een gebouw, waarop hij gelden op hypotheek heeft voorgeschoten, of eenig ander pand, bij welks onbeschadigd blijven hij geldelijk belang heeft, verzekeren, dan is daar niets tegen: immers bij het afbranden zou hij geldelijke schade lijden, en de verzekerde som moet hem dan die schade vergoeden. Dat karakter van slagvergoeding komt vooral goed uit, wanneer men bedenkt, dat niemand zijn huis, schip, oogst, of wat ook, boven de waarde verzekeren mag, en elke verzekering nietig is, voorzooverre zij die waarde overschrijdt.

Ook bij het contract van levensverzekering heeft men langen tijd vastgehouden aan den eisch, dat de begunstigde een geldelijk belang moest hebben bij het leven van den verzekerde. Men had op dit punt treurige ervaringen opgedaan. Toen ik de Geschiedenis der LeVenS-

Levensverzekering heeft niet het karakter van een contract tot schadeloosstelling.

Sluiten