Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*e°>n vanin.de1>la»t«-»tellmg.

als persoon gedacht, aan het contract van Brand- of Zeeverzekering rechten ontleenen zou.

Verzekeringnemer en begunstigde daarentegen ontleenen wèl rechten aan het contract: de eerste, zoolang het nog bestaat, de tweede, in hoofdzaak, zoodra het zijn natuurlijk einde gevonden heeft door den dood van den verzekerde. De omstandigheid, dat het meerendeel der verzekeringen door de verzekeringnemers op eigen leven gesloten wordt, is zeker de oorzaak, waarom het woord „vèrzekerde" zoo vaak in de beteekenis van „verzekeringnemer" gebruikt wordt, zoodat men spreekt over de rechten en verplichtingen der verzekerden, waar men bedoelt: rechten en verplichtingen der verzekeringnemers.

Zien wij eerst, welke rechten de verzekeringnemer aan de overeenkomst van levensverzekering ontleent.

Ten onrechte hebben enkele rechtsgeleerden aangenomen, dat de verzekeringnemer een recht heeft op de verzekerde som. Het tegendeel blijkt vooral duidelijk bij de verzekering op eigen leven. Immers van het oogenblik af, waarop het contract tot stand is gekomen, heeft de verzekeringnemer niet alleen nooit eenig recht op die som gehad, maar hij kan het ook nimmer verkrijgen, om de eenvoudige reden, dat het recht om de verzekerde som in ontvangst te nemen eerst ontstaat na en door zijn overlijden. Er bestaat geen middel, dat den verzekeringnemer in staat zou stellen, zichzelven ooit eenig recht op die uitbetaling te verschaffen. Wel echter heeft hij de bevoegdheid, te beschikken over de beslemming van die verzekerde som, of, juister uitgedrukt, om te bepalen, wie op de verzekerde som wèl recht hebben zal. En die beschikking kan hij herroepen en veranderen naar willekeur, behoudens een enkele uitzondering, waarop ik straks nader terugkom.

In de practijk komt deze theoretische beschouwing hierop neer: De verzekeringnemer heeft het recht, bij het tot stand komen der verzekering de persoon aan te wijzen, die aanspraak zal kunnen maken op de verzekerde som, zoodra die, door het overlijden van den verzekerde, opvorderbaar wordt. Hij heeft verder het recht, die aanwijzing elk oogenblik te herroepen, door een anderen voor den oorspronkelijk begunstigde in de plaats te stellen. Men zoude dit recht dus het „recht van in-de-plaats-stelling" kunnen noemen. Het spraakgebruik, op ons gebied zoo zelden correct, noemt het echter het „recht van endossement", en verwart het daardoor met een ander recht, dat den begunstigde toekomen kan, en dat wij eveneens nader zullen leeren kennen.

Sluiten