Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de practijk bekend zijn1), zullen elke andere verwerpen: het recht van de crediteuren wordt gemeenlijk slechts door hen verdedigd, die zich in theoretische beschouwingen verdiepen, zonder in de gelegenheid te zijn, die aan de practijk te toetsen. Nu en dan hoort men eens van een beslissing in den geest dier theoretici, doch zelden. Voor vele jaren werd zulk een vonnis in België gewezen, en terecht protesteerde een Nederlandsch jurist, Mr. Lod. S. Boas, in de Belgische bladen krachtig tegen de gronden, waarop dat vonnis rustte. Doch, zooals gezegd, zulke gevallen komen slechts sporadisch voor, en de Nederlandsche rechtsspraak heeft het tegendeel uitgemaakt, zoodat men ten onzent de onaantastbaarheid van het recht van den begunstigde tegenover de crediteuren van den verzekeringnemer-verzekerde als vrijwel vaststaande mag aannemen.

Een andere categorie van personen, aan wie sommigen het recht toekennen, de aanspraak van den begunstigde op de verzekerde som te betwisten, vormen de zoogenaamde legitimarissen. Elke Wetgeving kent aan enkele, nauw aan een overleden erflater verwante personen — in de eerste plaats aan zijne kinderen — het recht toe, op een gedeelte van diens nalatenschap aanspraak te maken, en die aanspraak tegenover een ieder te handhaven, ook al heeft het in de bedoeling van den erflater gelegen, hen geheel te onterven. Dat deel der nalatenschap, waarop zij een onaantastbaar recht hebben, heet: wettelijk erfdeel of legitieme portie; zij zeiven heeten: wettelijke erfgenamen of legitimarissen. Aangezien nu een of meer dezer legitimarissen door een verzekering van den erflater, ten behoeve van een of meer andere legitimarissen afgesloten, in hun wettelijk erfdeel bekort kunnen worden, wenschen sommige juristen hun in dat geval het recht te geven, de verzekerde som of een deel daarvan te ontvangen. Naar mijn inzien komt hun dat recht niet toe.

x) Het is te bejammeren, dat over het algemeen de rechtsgeleerden, die over de Levensverzekering denken en schrijven, niet doordrongen zijn van de noodzakelijkheid, rekening te houden met de practijk van het bedrijf, en er daardoor toe komen, voorschriften te ontwerpen en eischen te stellen, die onmogelijk op te volgen en soms volkomen onbruikbaar zijn. Op dit gebied heerscht nog veel te veel het wanbegrip, dat de practjk zich naar de bepalingen, die rechtsgeleerden buiten haar om vaststellen, regelen kan en moet. En toch, een niet passend keurslijf kan het schoonste lichaam verminken. Ook ware het te wenschen, dat de techniek van ons vak dien juristen niet geheel vreemd bleef. Een helder begrip b.v. omtrent het technische karakter der afkoopsommen, kan sterk influenceeren op de juridische opvatting van den afkoop.

Tegenover legitimarissen.

Sluiten