Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(in welken vorm dan ook) voor te weinig ontvangen premiën. In de practijk komt deze stelregel neer op de z.g. „Unanfechtbarkeit" of onvervalbaarheial der polissen, een begrip, waaromtrent ik in het vierde Hoofdstuk reeds het een en ander mededeelde, en toen opmerkte, dat, al moge nog niet elke Maatschappij dat principe consequent huldigen, er niettemin geen bizondere verdienste in ligt, het wèl te doen. Daarom hebben vele Maatschappijen, hoewel zij de onvervalbaarheid harer polissen feitelijk erkennen, er bezwaar tegen, dit als iets buitengewoons voor te stellen, en er met nadruk gewag van te maken. Men beroemt zich niet op een daad, waartoe men zich zedelijk verplicht gevoelt.

Ook sprak ik reeds over de „Unanfechtbarkeit", welke zich zelfs uitstrekt tot het geval, dat er kwade trouw in het spel geweest is. Het begrip tot zóóver uit te strekken strijdt tegen onze denkbeelden van zedelijkheid: men zou daardoor een premie stellen op bedrog.1)

Evenwel verdient het aanbeveling, zelfs in dergelijke gevallen, de gevolgen van door den contractant gepleegd bedrog zoo min mogelijk op den onschuldigen begunstigde te wreken. Men stelle zich steeds de vraag, welke schade de Maatschappij door die kwade trouw geleden heeft, hoe die het best hersteld wordt, of, en in welke mate, door het vervallen verklaren tier verzekering nog andere belangen dan die van den schuldige getroffen worden, enz. In elk geval handele men naar omstandigheden. Doch de tegemoetkoming moet alsdan ook niet meer dan dat zijn, niet meer dan een zuivere concessie. Hij, die willens en wetens een onware opgave doen wil, moet weten, dat hij daardoor elk recht verspelen kan, voor zich en voor anderen: slechts dat bewustzijn kan hem van het voorgenomen bedrog terughouden.

Kwam ik tot dusverre voortdurend op voor het recht van den begunstigde, dat slechts in de alleruiterste noodzakelijkheid beperkt of . vervallen verklaard mag worden, thans moet ik nog, ter wille der volledigheid, één geval vermelden, waarin het onherroepelijk verloren gaat, n.1. wanneer de dood van den verzekerde door grove nalatigheid of (nog erger) door opzet van den begunstigde veroorzaakt wordt.

Het zal wel onnoodig zijn, daarover uit te weiden: het rechtvaardige van deze bepaling ligt te zeer voor de hand.

De begunstig»' reroorzaakt d^ loodvandenV'' lekorde.

1) Vergelijk bij een en ander blz. 108, v.v.

Sluiten