Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. ttet vraagstuk j.*r Torloren po-

gevaar vau het p «°ven van duPUcaatpolisseu

VIII.

Aan het slot van dit Hoofdstuk wensch ik nog te behandelen eene vraag, die dikwijls aanleiding geeft tot bittere woorden en klachten van de zijde van het publiek.

Het komt nog al eens voor, dat een verzekerde aan zijne Maatschappij het verlies zijner polis bericht en een duplicaat daarvan verlangt. Gewoonlijk is men met die mededeeling wat voorbarig, want — als de Maatschappij erop aandringt nog eens goed te zoeken — komt de polis in negen van de tien gevallen weer terecht. Maar zoo zij verloren blijft, kan volgens mijne overtuiging niet zonder meer een duplicaat-polis worden afgegeven.

De polis is het schriftelijke bewijs van het bestaan der overeenkomst. Uitbetaling van het verzekerde bedrag vindt alleen plaats tegen overlegging van die polis. Waarom? Omdat door het gebruik aan de polis nog andere functiën worden toegekend dan die van eenvoudig bewijsmiddel, en wel in de eerste plaats de functie van onderpand, door in-deplaats-stelling en endossement.1) Het meerendeel der Maatschappijen erkent nog eene in-de-plaats-stelling (of, zooals men ten onrechte pleegt te zeggen, een eerste endossement), zonder dat daarvan aan de Maatschappij wordt kennis gegeven. De mogelijkheid is dus niet uitgesloten, dat, terwijl de verplichting tot betaling voor de Maatschappij voldoende uit hare boeken blijkt, daarin als rechthebbende op die uitbetaling iemand voorkomt, die deze kwaliteit reeds ten behoeve van een ander verloren heeft. Wanneer men nu zeker wist altijd met eerlijke menschen te doen te hebben, zou daaruit, met het oog op de uitgifte van duplicaatpolissen, geen gevaar voortvloeien. Nu men daarvan niet zeker is, stelt de Maatschappij, die zonder overlegging der oorspronkelijke polis uitbetaalt, zichzelve en anderen aan verliezen bloot. Stel: A heeft zich verzekerd ten behoeve van B. Buiten weten der Maatschappij „endosseert" hij zijne polis aan C, doch doet het tegenover de Maatschappij voorkomen, alsof de polis verloren is, waarna hem een duplicaat wordt uitgereikt. A sterft en B komt op met de duplicaat-polis, waarop de Maatschappij uitbetaalt. Kort daarop verschijnt C met de oorspronkelijke, aan hem geëndosseerde polis en eischt eveneens de betaling van het verzekerde bedrag. Tegenstribbelen zak dan de Maatschappij niet

') Zie blz. 261, v.v.

19

Sluiten