Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tege^ct'^daar-

geraasd, plotseling tot de conclusie komt: „Ik heb er genoeg van! Spreek mij niet meer over Levensverzekering-Maatschappijen: 't is alles één „zwendcltroep!" Men moet integendeel trachten, de verontwaardiging van den candidaat te doen bedaren en er met alle middelen naar streven, dat het incorrecte gedrag van den concurrent geen smet werpe op het geheele vak. Dien kalmeerenden invloed kan men niet oefenen, indien men zich opwindt, en dat doel bereikt men nooit, door op den concurrent af te geven.

De kalmte van zijn optreden, zijne op waardige wijze aangevoerde argumenten, zullen echter den Agent niet in elk geval ter overwinning voeren. Hij ziet dan zijn concurrent de vruchten van het gepleegde bedrog plukken en staat er machteloos tegenover! Dit zijn de meest ontmoedigende ondervindingen in de loopbaan van menig Agent, en er is wilskracht en énergie toe noodig, die te boven te komen, zonder zich te laten ontmoedigen, en zonder aan de zegepraal van zijn goed beginsel te gaan wanhopen. Maar toch is er iets, dat hem sterken zal, en wel de absolute zekerheid, dat er éénmaal een tijd moet aanbreken, waarop de bedrogen verzekerde de juistheid erkennen zal van wat hij nu niet heeft willen aannemen. Dikwijls, na jaren en jaren, wordt de herinnering aan een reeds vergeten concurrentie-incident bij den Agent wakker geroepen door de klachten van den door zijn concurrent verzekerden candidaat, die hem thans uit eigen beweging komt opzoeken, om hem zijn nood te klagen en hem te vertellen, hoezeer het hem spijt, zich indertijd niet bij hem verzekerd te hebben. Zoo iets is een groote moreele voldoening. Jammer maar, dat de Agent zich daarvoor vroeger een dikwijls aanzienlijke finantieele teleurstelling heeft moeten getroosten.

Nog moeielijker dan voor den Agent is het voor een Directie tegen deze concurrentie op te treden. Zij moet zich ertoe bepalen, hare Agenten voor de hen dreigende voetangels en klemmen te waarschuwen en het publiek in het algemeen in te lichten omtrent de manoeuvres, waarop sommige Agenten en Maatschappijen zich toeleggen. Immers, van andere haar ten dienste staande middelen is er geen enkel, dat tot het gewenschte doel zou leiden en zonder gevaar zou kunnen worden aangewend.

Een klacht bij de Directie zelve der concurreerende Maatschappij over het optreden harer Agenten blijft niet zelden zonder resultaat, omdat dikwijls juist die Directie hare Agenten in het kwaad aanmoedigt en in hun optreden niets ongewoons of ongeoorloofds ziet.

Sluiten