Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.Hol van den "gent bij toezegP'iRen van afkoop.

Vraagt men mij nu, welke naar mijn oordeel cie noucung van uen Agent zijn moet ten opzichte van de zooeven behandelde vragen, dan is mijn antwoord het volgende:

Bij het afsluiten van een post beginne de Agent nimmer uit zichzelven over afkoop. Daarmede is nog niet gezegd, dat dit onderwerp niet op het tapijt zal komen. Integendeel, in verreweg de meeste gevallen zal zijn candidaat-verzekerde hem daaromtrent vragen stellen. Doch in de wijze, waarop hij dat doet, bestaat groote verscheidenheid. Is het slechts een terloops gestelde vraag, blijkbaar gesteld, zooals zoovele andere, waartoe het sluiten eener verzekering aanleiding geeft, de Agent geve kortelijk aan, op welke wijze de afkoop berekend wordt bij zijn Maatschappij (b.v. % der aanwezige reserve), en daarmede zal in den regel de zaak in orde zijn. Blijkt het evenwel, dat de aanstaande verzekerde zeer bizonder zijn aandacht op dit punt gevestigd heeft, en dat hij dit als een der gewichtigste onderdeden van de te .sluiten overeenkomst beschouwt, de Agent doe van zijn kant moeite, hem te overtuigen, dat het hier eigenlijk een zaak van ondergeschikt belang geldt voor hem, die ernstig van plan is, voor de toekomst van zijn gezin te zorgen, en die geene verplichtingen op zich neemt, welke zijne krachten te boven gaan. Hij trachte ook in dat geval te volstaan met bovenstaande mededeeling. Slechts in het uiterste geval, wanneer de post anders wellicht voor zijn Maatschappij verloren zoude gaan, noeme hij bepaalde getallen. Publiceert zijn Maatschappij tabellen van afkoop, hij reserveere die zooveel mogelijk tot op dit oogenblik, en komc er niet dan in de uiterste noodzakelijkheid mede voor den dag. Publiceert zijn Maatschappij die tabellen niet, hij wende zich tot zijn Directie, om b.v. de afkoopwaarde van den te sluiten post na 5, 10, 15 en 20 jaren te vernemen. Doch ook dat doe hij niet, dan wanneer het positief noodzakelijk is. Zijn Directie toch zal in de meeste gevallen tegen de mededeeling dier afkoopwaarden wel geene bezwaren hebben, maar er toch steeds een weinig „contre coeur" toe overgaan. Immers het vermoeden bestaat altijd, dat daar, waar de afkoopkwestie zóó zeer op den voorgrond treedt, het voornemen tot afkoop reeds bij het afsluiten van den post in kiem aanwezig is. En zulke posten behooren niet tot die, welke een Maatschappij het liefst afsluit.

Vóórdat ik tot de behandeling van een nieuw concurrentie-middel overga, wil ik alleen nog deze opmerking maken, dat men al wat ik hier gezegd heb, niet als steeds en in elk geval vaststaande mag aanmerken.

Sluiten