Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten alle verhouding tot hare verplichtingen. Beide ondernemingen zijn even „secuur" — om het onder het volk gebruikelijke woord te bezigen —, maar „secuurheid" is iets anders dan overdaad. Wanneer twee personen gelijke inkomsten hebben, maar A leeft in overeenstemming met die inkomsten op goeden voet, bewaart een appeltje voor den dorst (of, wil men dit liever: sluit een levensverzekering tot een flink bedrag) en brengt zijn geld onder de menschen, terwijl B zich daarentegen in zijne uitgaven bekrimpt, zijne zakken zooveel mogelijk dicht houdt, en van zijn overgespaard geld vlijtig effecten koopt, die in zijn brandkast opstapelt, op zijn tijd de couponnetjes knipt, en de opbrengst daarvan misschien alweer voor den aankoop van „papiertjes" besteedt, dan zal een ieder zich tot A meer aangetrokken gevoelen dan tot B. „Waartoe dient al het geld, dat B opstapelt?" — zoo zal men vragen. — „Hij heeft meer dan hij ooit zal noodig hebben, en hïj „laat niemand iets verdienen! Dan is A een ander man: die laat tenminste ook anderen van zijn geld profiteeren, denkt tóch om den „dag van morgen en voldoet zijne schulden prompt!"

Deze redeneering is ongeveer van toepassing op de twee Maatschappijen, die wij zooeven als voorbeeld aanhaalden. De eene voldoet prompt aan hare verplichtingen, denkt aan den kwaden dag, en laat hare verzekerden en aandeelhouders flink van de gemaakte winsten profiteeren; de andere betaalt eveneens prompt, maar verzekerden en aandeelhouders lijden onder de manie van het „potten", waardoor zij minder winst genieten dan zij anders zouden ontvangen en niet het minste voordeel hebben. Indien het gevormde „potje" nu nog gebruikt werd om de operatiën der Maatschappij eens flink uit te breiden! Maar daartoe is deze veel te „secuur". Haar doel is het, rijk te worden, er warmpjes in te zitten, met een zeer hoog reservecijfer te schitteren. Maar zij vergeet, dat al die overdaad tot niets dient, en den aandeelhouders en verzekerden onthouden wordt.

Zulke Maatschappijen waren er vroeger vele, zijn er ook thans nog enkele. Ook die zullen in den loop der tijden wel tot inkeer komen. Want de groote concurrentie, die op het gebied der Levensverzekering heerscht, maakt dit overdadig „oppotten" langzamerhand onmogelijk. En het is goed, dat deze gewoonte verdwijnt, want de opgestapelde gelden, die anders tot niets dienen, kunnen ontzaglijke diensten bewijzen, wanneer ze verstandig gebruikt worden, om den verzekerden ten goede te komen en den werkkring der Maatschappij uit te breiden.

Sluiten