Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELFDE HOOFDSTUK. Concurrentie.

Uitwassen en Woekerplanten.

vaa'J'tspannen» '<feMaa,-

In mijne beschouwingen over de concurrentie voerde ik den lezer in het vorige Hoofdstuk langs een breeden weg en door een schoon landschap; hier en daar zagen wij wel een leelijken doornstruik of moesten wij een gevaarlijke plaats passeeren, waar slechts een smalle doorgang was, zoo men veilig wilde gaan, maar over het algemeen was onze omgeving vroolijk en onze weg zeker. Thans echter voert ons pad door een moeras, vol diepe poelen en stekelplanten, waar niets het oog verkwikt, en dat ik alleen daarom met den lezer betreden wil, opdat hij voor altijd met afschuw vervuld worde voor de onreine dampen, die eruit opstijgen.

Wij betreden het gebied der déloyale concurrentie en komen daarmede in een atmosfeer van laster en verdachtmaking, logen en bedrog. Echter hoop ik in staat te zijn het smalle voetpad aan te wijzen, waarop men, temidden van al deze ongerechtigheden, veilig zijn weg vervolgen kan.

L

Stellen wij ons voor een eenvoudig, zorgzaam huisvader, die zijne verplichtingen jegens vrouw en kinderen ernstig genoeg heeft opgevat om een levensverzekering te sluiten. De man betaalt zijne premiën geregeld, is met zijn verzekering tevreden, weet precies uit zijn polis, waartoe de Maatschappij zich jegens hem verbonden heeft en is gelukkig in het bewustzijn, dat hij gezorgd heeft, voor zooverre hij, menschelijkerwijze gesproken, zorgen kan.

Sluiten