Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat niet zouden doen, zoodat zij het kind van de rekening zou worden. Het is ermede als met de algemeene ontwapening: theoretisch juicht iedereen haar toe, maar onderling wantrouwen belet de uitvoering.

En toch, welke weerzinwekkende zaken ziet men op dit gebied soms gebeuren!

Ik ken voorbeelden van Maatschappijen, die niet gemakkelijk besluiten kunnen tot het werken buiten het land, waar zij gevestigd zijn. Zij prefereeren het, de een of andere zuster-instelling het terrein te laten verkennen, en blijkt deze succes te hebben, dan trekken ook zij spoedig in den vreemde. De organisatie, ja soms zelfs de tarieven dier zusterinstelling worden voor dat vreemde land dan zooveel mogelijk gecopiëerd en dra trekken er Agenten rond om te verkondigen • ■ •, dat die zusterinstelling, die de baan gebroken heeft, niet te vertrouwen is en men zijne verzekeringen liever bij de streng solide, hoogst reëele nieuwgevestigde onderneming moet overbrengen!

Zoo iets gebeurt bij Maatschappijen, welker Directiën het uitspannen in théorie veroordeelen]

ïk herinner mij nog zeer goed, dat ik in het buitenland eens een gesprek had met den Directeur van een daar gevestigde Maatschappij, die, evenals ik, geene woorden genoeg vinden kon om het uitspannen te veroordeelen. Hij was het volkomen met mij eens, dat men alles doen moest om het tegen te gaan. Eenige maanden later kwam ik tot de Ontdekking, dat diezelfde Directeur, die aan het hoofd stond van de eerste en grootste Levensverzekering-Maatschappij van het land, in de hoofdstad een Agent had aangesteld, die de speciale opdracht had, de verzekerden van andere Maatschappijen langs te gaan en hen voor de zijne te winnen, 't Spreekt van zelf, dat ik mij het genoegen niet ontzegde, hem daarover eens te interpelleeren.

„Wat wilt ge anders?" — vroeg hij, blijkbaar verbaasd — „In het „bosch moet men met de wolven meehuilen!"

Een 'vérziend man was deze Directeur zeker niet!

In een dergelijke omgeving wordt men natuurlijk voor tamelijk zwak van verstand aangezien, wanneer men blijft volhouden, dat men geene bij een andere Maatschappij uitgespannen verzekering wil aannemen. Het regent dan voorspellingen, dat men „dan wel kan opdoeken", en „niet tegen den stroom zal kunnen oproeien". Wanneer men zich echter niet laat ontmoedigen, en aan zijne beginselen getrouw blijft, trekt men ten slotte tóch aan het langste einde. Daarover straks meer.

Sluiten