Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naamvalsuitgangen zijn in 't Maleisch onbekend. De 2e naamv. wordt uitgedrukt door nevenstelling.

roemah AU = Ali's huis.

koeda toewan = Mijnheers paard.

Men hoort vaak Europeanen hét woordje dëri = van bezigen om den bezitsvorm aan te duiden. Dit gebruik is beslist verkeerd. Om bepaaldelijk aan te duiden, dat iemand iets bezit wordt gebruikt "ëmpoenja, of verkort poenja. Bijv.:

toewan poenja koeda = Mijnheers paard.

Siapa poenja sepatoe itoe ? Toewan poenja = Van wien zijn deze schoenen ? Van Mijnheer.

Het Maleisch kent vele samengestelde zelfstand, nw., bestaande uit twee naast elkaar geplaatste substantieven.» Het tweede substantief bepaalt dan gewoonlijk hét eerste.

tëlor ajam = kippenei, (telor = ei; ajam = kip).

karèta api = spoortrein, locomotief, (api = vuuf).

karèta angin = fiets, (angin = wind).

kapal Spi = stoomboot, (kapal = schip).

mata hari = zon. (mata = oog ; hari = dag).

mata djalan = gids. (djalan = weg).

mata ajer = bron. (ajer = water).

mata sapi = spiegelei, (sapi = koe).

obat bëdü = kruit, (obat = medicijn ; bedil = geweer).

mata bedil = vizier.

iboe tangan = duim. (iboe = moeder; tangan = hand), iboe kaki = groote teen. (kaki = voet), kabar angin = gerucht; onzekere tijding, (kabar =

bericht).

Sommige uitdrukkingen, samengesteld uit twee woorden, hebben haar beteekenis alleen te danken aan 't spraakgebruik. Het tweede woord is dan volstrekt geen bepaling van het eerste. Bijv. :

iboe blpak == ouders (iboe = moeder ; bêpak = vadert.

laki bini = echtgenooten (laki = man ; bini = vrouw).

oetan rimba = wildernis (beide woorden beteekenen

bosch).

bêla tantara *= leger.

Sluiten