Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien akoe; hamoe en ija als achtervoegsels aan een woord gehecht worden veranderen- deze voornw. m koe, moe en nja.

De pers. voorn.w. worden in het Maleisch véél minder gebruikt dan in het Nederlandsch. Men spreekt- zoowel tot als over een persoon bij voorkeur in den derden pers enk. door zijn rang, betrekking of naam te noemen' Ook worden de pers. voorn.w. in dèïspreèktaal wel geheel weggelaten, als het zinsverband niet bepaaldelijk eischt, dat ze gebruikt worden. In het vervolg zal men van deze wijze van. spreken voorbeelden vinden.

De onpersoonlijke voorn.w. het en er worden in t Maleisch niet vertaald. Bijv. :

het regent =^ oedjan.

het. is koud = dingin.

er zijn, er waren = ada.

b. Bezittelijke voornaamwoorden.

De pers. voorn.w. doen dienst als bézitt. voorn w Ze worden gesteld achter den naam van de bezitting In t hoofdst. over 't zelfst. n.w. Werden reeds enkele voorbeelden gegeven.

De vorm nja van "dén 3en pers. enk. doet. dikwijls den dienst van het bepalend lidwoord." Voorts in- "de beteekenis van „er van". Ook dient het om de betrekking van bezitter tot bezitting te versterken, indien beide door een zelfst. n.w. worden uitgedrukt.

Zoo zegt men zoowel koeda toewan als koeda-nia toewan. De laatste uitdrukking is sterker. Voorbeelden:

koedakoe, koeda saja = mijn paard, koedanja- = zijn (haar) paard, koeda kami, koeda kita =j ons paard, koedamoe = uw paard, koeda marika itoe — hun paard. ' sebabnja = daarom (n.1. de reden er van) , ësoknja = de volgende dag (morgen er van).

c. Wederkeerige voornaamwoorden.

Hiervoor gebruikt men de wóórden m£-oï~ sewUri;

Sluiten