Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tadi = zoo even; juist, nanti = straks.

akan = tot, om, voor; zullen. Voorbeelden :

Sidin tidoer lagi = Sidin slaapt nog. Sidin masih tidoer = Sidin slaapt nog. saja nanti tidoer = ik zal straks slapen, saja akan tidoer = ik ga slapen.

Gebiedende wijs. lëkas, tidoer = ga gauw slapen (tot een kind bijv.). Een verbod wordt uitgedrukt met behulp van djangan — niet mogen. Bijv. :

Djikalaw kamoe soeka adjar bitjara basa malajoe, djangan bitjara basa belanda kapada djongos kamarmoe = Indien gij Maleisch wilt leeren spreken moogt [gij g*»11 Hollandsen tegen uw hutbediende spreken.

Vragende zinnen worden vaak ingeleid door het woord apa. Bijv. :

Apa Sidin soedah beli parang ? = Heeft Sidin al een

; kapmes gekocht ? Apa tida ada pertjaja kapada saja? = Vertrouwt men pnj niet ? (Letterlijk : is er geen vertrouwen jegens mij ?).

De werkwoorden, niet behoorende tot de reeds genoemde categorie van onveranderlijke, kunnen vooren achtervoegsels aannemen, zonder van beteekenis te veranderen.

De me-vorm is altijd bedrijvend en meestal tevens overgankelijk. Deze vorm van het werkwoord wordt gebruikt wanneer de handeling van het onderwerp de hoofdgedachte van den zin uitmaakt; voorts om aan te duiden, dat de handeling nog voortduurt.

Bij de aanneming van het -voorvoegsel me verandert in de meeste gevallen de aanvangsletter van 't stamwoord in een-neusklank of er komt een neusklank bij.

L. me blijft onveranderd voor: j, /, m, n, ng nj r of w. :

jakin = in ernst opnemen; mejakinkan= ernst maken

van iets.

Maleisch 4

Sluiten