Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

djalan = loopen; mendjalani = beloopen; loopen op.

doedoek = zitten; doedoeki = op iets zitten.

laloe = voorbijgaan ; melaloei = aan iets voorbijgaan.

Voorbeelden : Bangkoe itoe djangan kamoe doedoeki, sebab baroe ditjèt = Gij moet niet op die bank gaan zitten, want die is pas geverfd.

2e. een reeds overgankelijk werkwoord tot een woord van sterkere beteekenis.

lihat = kijken, zien ; melïhati = bekijken, opnemen.

De werkwoorden worden soms verdubbeld. De beteekenis wordt dan vaak een weinig anders. Bijv. : toeloeng = helpen ; toeloeng menoeloeng = elkaar onderling bijstaan, berdjalan = loopen; berdjalan-djalan = wandelen, bertitik = druppelen ; bertitik-titik = aanhoudend

druppelen.

Ons koppelwerkwoord zijn wordt in 't Maleisch niet vertaald. Een zin als : „het huis is groot" wordt dus vertaald : „roemah itoe besar". Zeg vooral niet; „roemah itoe ada besar". Men moet niet probeeren het Nederlandsen letterlijk te vertalen. Uit het voorgaande is reeds bij herhaling gebleken, dat dit niet kan of althans niet aan te bevelen is. Men denke slechts aan het gebruik van 't pers. vn.w.

Ada beteekent: er zijn, er is.

Ada goela, ada semoet = (Waar) suiker is, (daar) zijn mieren (Spreekwoord).

Voorzetsels.

Veel gebruikte voorzetsels zijn :

di = op, in, te ; duidt op een stilstand.

ka (ke) = naar ; duidt op een beweging naar een plaats.

dan = van; duidt op een beweging van een plaats.

Voorbeelden: di pasar = op de markt, dimana = waar. di lawoet =- op zee. disini = hier.

Sluiten