Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sekarang; sekarang ini — nu ; op 't oogenblik.

nanti = straks.

salamanja = altijd.

hari ini = heden, vandaag.

ësok pagi = morgen ochtend.

ësok hari = morgen aan den dag.

kamarèn = gisteren.

kamarèn dahoeloe = eergisteren.

lama lama = ten slotte.

baharoe (uitspraak: baroe) = juist, zoo even.

sabentar = onmiddellijk, terstond.

hari loesa = overmorgen.

kaèsokan hari = den volgenden dag.

bèsok (spreektaal) = morgen.

Voorbeelden:

Tadi saja sempat, kamoe tida datang; sekarang saja banjak pekerdjaan; nanti saja poelang; besok pagi saja berangkat ka Batawi; oleh sebab itoe toenggoe sampai hari loesa — zooeven had ik den tijd ; gij kwaamt niet; nu heb ik veel werk; straks ga ik naar huis ; morgen ochtend vertrek ik naar Batavia; daarom: wacht maar tot overmorgen.

Op de vraag mana ? = waar ? geven antwoord de bijwoorden van plaats:

sini = hier.

sitoe = daar.

sana = ginds.

(Zie voorts bij 't hoofdst. voorzetsels).

Op de vraag bagaimana = hoe, hoedanig, op welke wijze, in welke mate, geven antwoord de bijwoorden van hoedanigheid :

bagini = op deze wijze, zoodanig, dusdanig.

bagitoe = op die wijze, zoodanig, en de bijwoorden van graad :

amat = zeer.

sangat = zeer.

amat sangat = uitermate.

terlaloe = zeer, uitermate.

Bagaimana kalakoewannja ? = Hoe is zijn gedrag ?

n

Sluiten