Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Goed, Meneer, [jij moet gedurende de reis goed voor mevrouw en mij zorgen. Zeker, Meneer. Als je goed voor ons zorgt, zoodat er niets aan mankeert, dan zal ik je te Batavia een goede fooi r geven. Goed, Meneer. Als mijn vrouw misschien I zeeziek wordt, kan zij é niet aan tafel komen.

Kan zij dan eten op dek I of in de hut krijgen ?

Dat is de zaak van den

administrateur. Maar mag het of niet ? Gewoonlijk wordt het wel

toegestaan. Als mevrouw ziek is, moet I jij voor haar het eten klaar zetten, begrepen ? Begrepen, Meneer. [Hier heb je al vast een fooi.

Ik dank u zeer Men«vr

Baik, Toewan. Lamanja berlajar djaga balk njonjah dan toewan

Tentoe, Toewan.

Kal au djaga baik, tida koerang apa-apa, diBetawi saja akan kasik persèn jang pantès.

Baik. Toewan.

Kalau njonjah barangkali mabok laoet, tida bisa doedoek mèdja. Apa bolëh menapat makanan didèk atau didalam kamar ?

Itoe koeasanja toewan se-

ketaris. Tetapi bolêh apa tida ? Adatnja bolêh djoega.

Kalau njonjah sakit, sediakan makanan boeat njonjah, mengerti ?

Mengerti, toewan.

Saja kasih persèn lebih doeloe.

Terima-kasih banjak, Toewan.

Aanteekeningen.

Datang, komen, komst. di, voorzets., duidt velerlei betrekkingen aan: i • aan, op, te, enz. kapal, schip.

spada, siapa ada, wie daar ?

een gewone roep om een bediende. toewan, heer.

tjoba, eig. probeeren, beteekent m dezen zin .toe" ter verzachting

Sluiten