Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

239. PSYGHE'S LAMP. Ida Boy-Ed. — Holdert, Amsterdam.

Een boek van meer dan 300 bladz.; gerekt en zeer vreemd. — René, de kunstenaar, verloofd met Magda, stelt blijkbaar de vordering, dat Magda gelukkig met hem zal zijn, als zij maar bescheiden genoeg is, „om zich tevreden te stellen met hetgeen hij haar wil schenken" (p. 173). En hij behoudt zijn. heele zieleleven voor zich. Dit is een verderfelijke theorie. Dat lijkt mij een vrouw zedelijk vermoorden. — Lilly van Wallnitz is een afschuwelijk valsch meisje en speelt bijna de hoofdrol in het boek. — Neen, dit boek is niét goed en niet mooi.

240. DIE HERREN DER ERDE. Paul Grabeln. — Bong & Co., Berlijn.

De strijd tusschen een steenkoolmagnaat en diens verbitterde arbeiders. De heer der mijnen is een folio-schurk; een zijner zoons is eene ellendige wellusteling, die zich vergrijpt aan weerlooze onschuld; de andere is een prachtkerel. Het kwaad gaat onder en het goed overwint in dit boek. Zeer voorbehouden lectuur; aan volwassen ontwikkelde menschen biedt het boek belangrijke en aangrijpende bladzijden. In 't algemeen af te keuren.

241. DE PRIMUS. Clara Viebig — Bruna, Utrecht.

Een onware en onedele, om niet te zeggen geraeene, voorstelling. Een jong zeer knap priester, die in zijn dorp zijn eerste H. Mis komt doen en nu te groot is om zijn eigen moeder, een arme vrouw, te willen kennen. Waar haalt Glara Viebig toch al dit vuil tegen de Katholieken vandaan? Is 't domheid of haat?

242. ZOON VAN SHERLOCK HOLMES No. 3. — Dalmeyer, Amsterdam.

„De veranderde polsslag'' is niet onaardig, maar de zucht om hier en daar rare toespelingen in te lasschen bederft het boekje. Waartoe deze lage" neiging dient... ? Af te keuren.

243. MONTE-CARLO. H. Sienckewicz. — Bruna, Utrecht.

De naam des schrijvers zou geheel iets anders, iets veel beters doen verwachten. Mogelijk is er in 't oorspronkelijke te veel geknoeid. De hoofdheld, een artist, is onwaarschijnlijk, onmenschkundig; zóó oppervlakkig gevoelt geen kunstenaar. De wereldsche coquette, die hem betoovert, is een weerzinwekkend misbaksel; het „model'' is een lieve zonnige figuur. Het boek is hier en daar bepaald slecht. — En niet mooi.

244. DRIE WEKEN VAN LIEFDE. Elinor Glyn. — H. J. v. d. Garde, Z.-Bommel.

Dit boek is slecht; alledaagsch gemeen, ondanks zijn pretentie van ongewoonheid.

245. ELIZABETH KöTT. Bud. Bartsch. — Ulrich Bibliotheek.

Een dier gewaagde moderne romans, welke zoo ontzettend veel kwaad doen. Ik zal de waarde van sommige gedeelten niet betwisten, doch het boek is slecht.

246. IN RETRAITE. A. J. Zoetmulder. — P. N. v. Kampen en Zoon, Amsterdam.

Het is jammer, dat de schrijver, die over een, zij het nog niet geheel uitgezuiverde, rijke kennis van menschelijke gevoelens en stemmingen beschikt, het nuttig en wenschelijk achtte, voor de uitbeelding van zijn Jaap Mennings, dezen een alledaagsch-schunnige scène mee te laten maken met een ziellooze intrigante, en David, den gluipert, op te voeren in een lafbekkerij, waartoe wij dit mispunt óók wel in staat wisten, al hadden we hem niet, met walging^ op heeterdaad betrapt. Zoo is de schrijver zelf oorzaak, dat ik dit boek beslist afkeur voor Katholieken, al speelt het verhaal dan ook in een eerzame, devotelijke pastorie 1

247. GRAVIN EN BEDELABES. No. 11. Eichler, Amsterdam.

No. 11. Er gingen er dus 10 vooraf. Des te erger. Even nonsensikaal als die voorafgaande en bovendien aangebrande lectuur. Opeenstapeling van griezeligheden. Allernaarste lectuur. Belabberd Hollandsch op den koop toe. Kost maar een dubbeltje, — 10 cents te veel.

248. DE BOER VAN DEN DENNENHOF. O. Bach. — Misset, Doetinchem.

Dit is, om eenige pagina's die het boek ook ontsieren, afkeurenswaardig.

Sluiten