Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder thuis gebleven? Ze gooide een paar maal een stuk hout met kracht van zich af en liet het de honden terug brengen. Toen stond ze voor een houten hekje bij een landweg, en dadelijk was haar plan gemaakt: een stuk dien weg op te gaan. Ze hield veel van stille landwegen, zoo ^'tusschen boerderijen door te loopen, of hier en daar zoo'n armoedig-vervallen dagloonershuisje tusschenvde struiken te zien liggen. En: hoe gek, dat ze daaraan niet gedacht had: hoe zou ze nu bijna zijn weggegaan zonder afscheid te nemen van haar petekind! Ze moest zelf later maar nooit kinderen krijgen, want ze verwaarloosde ze maar, c'est clair comme du chocolat!

't Was warm op den weg; maar goed dat ze geen manteltje had aangedaan, zooals grootma wilde. Nou ja, ouwe menschen waren altijd bang dat je koü zoü vatten. Ze stikte haast van die zonne-hitte: „My kingdom for a parasol"; stom dat ze die maar niet had meegenomen...

Ze ging het kleine paadje opzij van den muilen karreweg met diepe sporen. Aan haar linkerhand liep de grasberm af in een smal, troebel slootje, waarachter reeksen van akkermaalshout het gezicht versperden. Hier en daar tegen dén slootkant op, stonden plukjes hei, bruinroestig uitgebloeid. Aan den overkant van den weg lagen arbeiderswoningen:' kleine boerderijen met een hof er voor, waar een put stond, e° oP2ij wat armelijk groensel of een verzakte hooiberg, t Was telkens een groepje van fijn-teêre kleuring in den glanzenden zonnemorgen, als een wazige aquarel vol tonen en tintjes, vol schaduwvlekken en lichtgespeel. Het meisje genoot er van. onbewust en toch innig; ze was in haar gedachten met allerlei bezig: met Napoleon, haar zieke duif, naar wie dien.morgen haar eerste gang geweest was. kennissen uit Den Haag, het winkelen in de Spuistraat, een nieuw toilet dat ze aan haar moeder vragen woü... en toch genoot zij, dronk de zachte kleuren, de smeltende tintschakeeringen: het oude, vale rood van een muurtje, het bruin-zwart van een rieten dak, een plekking van verweerd violet door een vrouwerok, ergens op een plaatsje te dropen gehangen.

Op een wit hek, waar ze langs kwam, stond in zwarte letters: Dennenhorst. Dat was de plaats waar ze dezen zomer zoo dikwijls getennist had, dacht Annie — en weêr was er even in haar als een leegte... omdat ze dit alles nu zou moeten achterlaten... 't Was toch innig gezellig geweest, die middagen in de oranjerie: Jet Broeckaerts, die

Sluiten