Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekruipen in zalige griezeling. 't Was immers haar Groote ; Brink die daar lag, en ze wilde zijn nachtleven evengoed kennen als ze kende zijn leven bij dag. Hè, nu buiten te loopèn en al haar plekjes nog eens op te zoeken;'t was alles nu heel anders dan vanmorgen. Of ze durven zou? Ze wist wel: tot de moedigsten behoorde zij niet. Maar ze vond het wel prettig te griezelen, en 't zou buiten nu alles iets hebben van een betooverden tuin. Of ze er ook een prins zou ontm°ete,n,? h • • Mtach*«» Rudolf wel 11 Of hij haar kussen [ zou??? Tant pis, ze geloofde wel dat ze het zou toelaten. Als hij het maar op een romantische manier deed, b.v. in 't prieel in het Berkenlaantje, juist op 'n moment als de maan scheen — dan leek het een grot, net als die wolken, en dan zou ze hem eerst een voetval laten doen, en dan... Maar 't was wel wat erg, den laatsten avond hier aan | zulke dingen te denken. Als grootma het wist — die lieve grootma, die aan tafel een beetje gehuild had om haar. Ze vond het dan ook echt naar om weg te gaan... echt belabsberd, fi doncl... al vond ze 't dan ook heerlijk om nu weer eens een winter in Den Haag te zijn. Gelukkig dat oom Dolf daar niet meer woonde. Jakkes wat een man.. Ze begreep niet... dat moeder... enfin, ein jedes Tïerchen pat sein Plaisirchen... of nee, dat was niet eerbiedig; chacun .pour soi et Dieu pour tous. Ze ging nog vroom worden |op haar ouden dag, net als grootma 1 Hè, wat was ze toch een mispunt, met grootma te spotten. Had ze maar iets van grootmoeder, dan was ze een boel beter dan nu... Maar ze kon niet helpen dat de godsdienst niet veel indruk op haar maakte. Ze had toch wel geprobeerd. Iedere veertien dagen was ze met grootma meegereden naar de kerk. Maar zoon dorpsdominee en dan zoo'n kale kerk. Alleen verleden winter, met kerstmis, toen er sneeuw lag, en dan met Oudejaarsavond al die lichtjes... Hè. ze wou dat ze Roomsch was; zoo dikwijls al had ze dat gewenscht... dat kooraezang en dan het altaar... zoo iets geheimzinnigs... Of ze sgeschikt zou zijn om in een klooster te gaan? Ze geloofde wel. of nee. of. . Ach nou ja. ze was immers toch niet iRoomsch... Nu, dag Groote Brink, adieu tot morgen ; ik 9o 1 ,*IuiPen' want ik krijg het koud... \ Onder 't uitkleeden vond zij de doos bonbons die zij oisteren van mama had gekregen. Ze stak er een in den mond. terwijl ze haar haren losvlocht. 'tWas goddelijk, die likeur, en de doos nog, bijna vol I Straks in bed zou ze er noa een paar nemen. "

3

Sluiten