Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En onderwijl zij zoo beredderde, maakte dat het huishouden marcheerde, mevrouw straks alles klaar zou vinden als zij beneden kwam, vervolgden hare gedachten hun loop, als zoo vaak wanneer iets haar in 't bizonder hare positie hier in huis in herinnering bracht. Mevrouw en de kinderen duldden haar; men kon haar nu eenmaal niet missen. Alleen... voor Annie was ze iets meer... soms... had zij wel eens gehoopt... dan gouvernante alleen, — en het kwelde haar nu het kind zich zoo brusk van haar afkeerde.

— Annie... kwam zij zacht-vriendelijk achter het meisje, dat nog steeds met haar vingers tegen de ruit trommelde. — Annie... wil je mij niet zeggen wat er is...

— Ach, er is niets; dat heb ik u toch al gezegd... snauwde Annie. — 'k Verveel me, 'k vind Den Haag een stad om te... Zij stak even haar tong uit.

— Annie toch!

Nu keerde het meisje zich om, wierp de hondenzweep op een stoel, trok haar handschoenen uit, die zij er achteloos naast gooide; een gleed er af op den grond, waar hij als een raar verkronkeld ding bleef liggen. En terwijl zij de pen uit haar hoed trok, zag ze haar gouvernante sterk aan en zei spijtig: — Zeg u zelf nu eens wat ik hier eigenlijk heb. Altijd die lessen alleen, of met de Heytinkjes en de van Walsempjes die jonger zijn dan ik: Josine moet nog zestien' worden in December... En dan het bosch en Scheveningen, waar het kaal en ongezellig is en toch ook weêr niet echt buiten zooals De Groote Brink, — en dan de stad,waar de menschen je 's morgens vroeg al aangapen als je met een hond loopt; een echt kleinsteedsche boel; waarom moeder me niet liever van 't jaar al naar Engeland heeft laten gaan, mag de keizer van China weten!...

— En daar heb je zoo tegen gebromd, lachte de juffrouw. — Weet je zélf wel recht wat je wijt Annie ? ...

Zij voelde 't kind ,te hebben overwonnen; de onwillige plooi om Annie's mond verdween en ze trok het meisje tegen zich aan. Annie liet haar hoofd op jufs schouder rusten; sloot even droomerig de oogen. Zij woü met juf wel ergens ver hier vandaan zijn, ergens in 't Zuiden bijvoorbeeld. Juf was zoo kalm, zoo... ze wist het niet, maar ze voelde zich altijd zoo rustig bij haar...

— Hoor eens, oudje, weet je wat ik wou ?...

— Nu, wat dan]?... boog Miss Norton zich over. Zulke uitdrukkingen was zij van de kinderen gewend; ze zei er maar niets meer van.

Sluiten