Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had; in 't tweede die welke hij op zicht had gevraagd; in 't derde schreef hij de titels van die werken welke op de nominatie stonden van óf voor rekening óf op zicht te worden gevraagd; in 't vierde hield hij aanteekening van wat hij besteld doch ter omruiling aan den boekhandelaar had teruggezonden, en in 't vijfde eindelijk kwam al datgene wat aangevraagd doch nog niet ontvangen was.

Het was een heel gecompliceerde boekhouding en 't nam vele uren van zijn tijd. in beslag — maar 't was heel practisch. Hij kon in één oogwenk dadelijk zien hoe zijn rekening met den boekhandelaar stond. Heel veel besteedde hij niet op een jaar; dat werd hem te kostbaar. Hij kocht meest geen boeken duurder dan vijftig cent. Maar er was veel voor dien prijs tegenwoordig, en veel goeds. Daar had je al die 1 Engelsche series, en dan de Wereld-bibliotheek: die gaf hem een heele drukte in den laatsten tijd, vooral die splitsing in Wereld- en Nederlandsche. Daardoor kwam licht verwarring, en hij had lang gezonnen op een goede methode van boeking dier nummers. Tot hij eindelijk besloten had de titels der Nederlandsche bibliotheek met roode inkt te schrijven en die van de Wereld-bibliotheek met blauwe; dit voldeed hem uitstekend.

Het rekening-journaal lag nu open vóór hem; hij had reeds de pen in de inkt gedoopt doch schreef nog niet. Het hoofd gesteund door den elleboog staarde hij peinzend voor zich heen. De zon was achter wolken schuil gegaan en het vale winterlicht schaduwde door de bleek-groene serre-ruiten grauwig op zijn geelachtig vogel-profiel met het zwarte baardje ~ als het hoofd van een denker roerloos in de stille studeerkamer. Uit de verte, de Alexander-kazerne, klonken wéér de koperen schetteringen, en het was of het doffe gedreun van paardenhoeven tot hier werd voortgeplant van 't exercitie-terrein.

Opeens een vol-zwaar geblaf in den corridor beneden; de heldere stem van Annie, die manend riep: „CaesarI Heila, Caesar I"...

De heer Hada glimlachte; als een droom trok de glimlach over zijn star gelaat. Hij dacht aan buiten... aan De Elze... Toen doopte hij nogmaals zijn pen in, en schreef...

VIII

't Viel Annie altijd wat tegen als papa er weêr was. Wanneer papa op reis was kon zij soms naar hem verlan-

Sluiten