Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zoo diep in gepeinzen! En waarover als ik vragen mag ?...

Carel stond vóór haar, met het schoteltje frambozenijs. Zij lachte. — Dat kan ik niet vertellen... deed zij koket. Hij kwam naast haar zitten in de nis. — Dan zal ik het raden, zeide hij. — Je dacht... aan mij...

— Ach, wel nee, gekke jongen!

— Jawel I hield hij vol: — Je bent verliefd op me... Hij zag haar aan, heel brutaal, zoodat ze een kleur kreeg.

Tegelijk echter haalde ze de schouders op en zag weêr de zaal in. Zij zou hem negeeren, besloot zij; hij verveelde haar; eigenlijk akelig dat ze bij het souper met hem aan één tafeltje zitten zou. Ze had prettig gewalst, maar anders... 't was nooit geanimeerd bij de van HeuveUs, en nu heelemaal niet...

Toch gek, maar toen zij weêr danste: met verschillende jongens, een broer van de Heytinkjes, den broer van Loesje... moest ze maar telkens denken aan wat Carel gezegd had en of het dan waar was wat hij zoo beslist had beweerd: was ze een beetje verliefd op hem 17 ... Zij zag hem voorbij walsen met Loes van HeuveU, en hun oogen ontmoetten elkaar, als toevallig; toen trok hij een wanhopig gezicht, schuins neerziend op het dikke propje in zijn armen, — en zij lachten beiden in verstandhouding. Annie vond hetleelijk van zichzelf: die arme Loes ... maar ze vond dien Carel tóch een leuken jongen wel; nu ineens beloofde ze zich weêr veel pret van het souper, al was die vervelende van Beekenhove dan ook haar soupeur. Ze zou hem beduiden bij de van Stralens te willen gaan zitten; hij moest dat maar goed vinden coflte que coüte.

Het vooruitzicht van de gezellige tafeltjes straks in de andere kamer, met lekkere dingen en veel vroolijkheid, maakte haar spraakzaam; haar dansers kweten zich slecht van hun taak en dus wandelde ze maar liever, liet zich bewonderen door de ooms en tantes van Loesje langs den wand; ze zag hoe sommige heeren — ook de man met de aardige oogen aan wien ze door meneer van HeuveU was voorgesteld — naar haar keken en over haar praatten; ze wist ook wel er aardig uit te zien in haar zeegroen toiletje: een béétje en décolleté — daar hielden de mannen van —en op de schouders ingeplooid, en opgenomen naar links, waar het door één roode roos, als een gesp van karbonkel — wat 'n geestig idee! — scheen vastgehouden.

Eigenlijk was ze veel te mooi voor al die jongens hier;

Sluiten