Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze werden in den blauwen salon gelaten, zoo genoemd naar de kleur van behangsels en meubelen: de behangsels

en gordijnen staal-blauw, zwemend naar het blauw-grijs, de gecapitonneerde goudpootige stoelen en sofa's van een harder blauw — afschuwelijk, vond Annie.

Mevrouw kwam hun dadelijk tegemoet, met groot vertoon van hartelijkheid.

— Hoe allercbarmantst van u, mevrouw Hada; neen maar dat vind ik toch werkelijk allerliefst; wacht, mag 'k u hier op de canapé zetten? En Annie, kind, wat ben jij een dame geworden; 'k zou je haast niet herkennen; quite English indeed 1 Ja, we zitten hier nog erg wintersch, mevrouw — maar het kan ook nog guur zijn in Mei, vindt u niet? Annie, lieve, de meisjes zitten in de leerkamer te lezen, geloof ik; straks wil je ze misschien wel eens gaan halen niet?...

Zoo ratelde zij aan één stuk door, bol, hol, hol... Annie zat, onder 't air van beleefd naar haar te luisteren, critische vergelijkingen te maken tusschen haar en mevrouw Broeckaerts. Mevrouw Broeckaerts sprak óók veel, maar wat ze zei was interessant; mevrouw Broeckaerts bleef, ondanks den wat aanstellerigen eenvoud van haar toilet, een gedistingeerde vrouw, daar had grootmoeder gelijk in. Mevrouw Boudaen was hol wat er aan zat, en dat trachtte ze te verbergen onder een vertoon van voornaamheid en „chic". Als zij eens wist hoe bespottelijk ze er uitzag in de groene japon van changeant-zijde, die zakkerig om haar dik, leelijk figuurtje hing. Hoe kon iemand nu groen dragen in een blauwe kamer 1 Je kon wel zien dat ze maar de dochter van een fabrikant of zoo iets was, die teerde op den naam en stand van haar man. Eigenlijk ellendig dat de Boudaens tot de kennissen van grootma behoorden. Ofschoon... dat paardrijden blééf toch iets leuks; de Boudaens waren de eenigen van grootmoeders weinige kennissen met wie ze haar Engelsche gewoonte kon voortzetten. Als meneer nu maar kwam en als hij er dan maar over begon...

Maar meneer, binnengekomen, was na een weinig met mevrouw Hada gesproken te hebben er dadelijk over begonnen: wanneer ze nu hun eerste toér gingen doen?...

O meneer, zoodra u wil 1 had zij gelachen met een kleur; hij keek haar zoo aan met zijn doordringende oogen; ook vroeger geloofde zij altijd dat hij het er op toelegde haar te doen blozen. Toch vond zij hem een charmanten man met zijn lange knevels.

Ze spraken af, den volgenden Dinsdag s morgens om

Sluiten