Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't hoofd gestrengeld.v Een windzucht ritselde in de blaren, en een enkele vogel piepte nog tusschen de struiken. Haar borst hijgde; de oogen had ze gesloten... En zij dacht wat het zijn zou als hij haar vroeg tot zijn vrouw. Hoe heel anders zou dan alles worden in haar leven. Hij scheen zoo ernstig en degelijk; zou zij met zoo'n man gelukkig kunnen zijn? — ze was zoo wuft. Ze had van Jet gehoord dat hij niet rijk was; mama zou er dus vast niet meê ingenomen zijn, ofschoon... hij was van adel; dat vergulde dus de pil! Grootmoeder zou zeker heel blij voor haar zijn met zoo'n degelijken man. Die goeie grootma! En zij zelf! O, hij was 'n dot met zijn blonden baard en zijn lieve oogen! Wat zou die baard heerlijk-zacht zijn om je wang tegen aan te leggen... Hij was advocaat... gelukkig geen man' die niets uitvoerde en ook geen fat in een mooi pakje, a la Fré van Hemert. O, 't scheen haar een prachtige roeping toe: advocaat te zijn: de onschuld te verdedigen, en ook, soms, de schuld... Wat kon het mooi zijn een schuldige te verdedigen, net als dat geval van onlangs in de courant: die jonge bank-directeur (o, zeker moest die mooi zijn en sympathiek 1) die effecten had verduisterd. Hoe vol vuur en overtuiging werd die man verdedigd: hij was jong en onervaren en zoo goed. Zijn compagnon had hem verleid... o, zijn kinderen hielden zoo van hem, en zijn vrouw die noemde hem haar Zon, die, al was ze nu ook voor de menschen verduisterd, haar zon toch altijd blijven zou...

Annie lag heel stil naar de boomen te staren boven haar hoofd; in hare oogen drongen tranen.

Wat moest het heerlijk zijn om zoo'n vrouw te wezen; een man te hebben die door ieder werd veracht en van wien je tóch hield... ondanks alles... Maar ook om de vrouw te wezen van zoo'n advocaat, daar staande in zijn zwarte toga en sprekend met trillende stem: hij, de éênige in de zaal met al die brave menschen die het voor den schuldige opneemt, die hem verdedigt, hem zóó verdedigt dat hij ze allen meêsleept. En als hij dan zwijgt, is het even stil, en dan... dan breekt het applaus los, het stormachtig, overweldigend applaus...

Wat was daarbij een offlclertje als Fré van Hemert, of een oppervlakkige man als meneer Boudaen, of zoo'n slappe nietsdoener als Ru van Meerwijk ? O neen, nooit zou ze met een van die ooit trouwen kunnen! Een man te krijgen als Willem Ter Kraane... zoo goed en zoo moedig, o hij móest moedig zijn... en dan met zulke lieve oogen en

Sluiten