Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staarde ze nadenkend naar bulten in den tuin, waar de kale populieren zwiepten : toen krabde ze de woorden „hoe hoop ik' door en schreef: „Lieve grootmoeder, ik ben heel, heel „gelukkig, al is er veel waaraan ik nog niet goed gewend „ben, Willy is een snoes; hij is zoo hef voor mij, maar ik „ben bang dat hij veel te veel werkt en maar altijd méér „werk er bij" zal krijgen en dat is niets goed voor hem. „Ook van mijn schoonouders en schoonzusjes begin ik wei „te houden; met de oude mevrouw Ter Kraane zoudt u „bepaald heel goed opschieten, denk ik, al is ze — passez„moi le mot — een heel ander type dan u. De Ter Kraanes „zijn heel andere menschen dan de Hada's.

„Mama is mij dadelijk komen opzoeken den morgen nadat „wij thuis waren: erg hartelijk. Papa is nog op reis, weêr „in Parijs; hij schreef mij van daar uit een heel hartelijk „briefje. Ik heb u, meen ik, uit Brussel geschreven, hoe wij „papa nog hebben opgezocht in zijn hotel, toen wij in „Parijs waren, en hoe wij den heelen dag toen met ons „drieën gebleven zijn. Erg aardig I" ...

Annie's pen vloog over het papier; ze was al aan haar tweede velletje; bij wijlen zag zij even op en keek door het raam. waar de populieren zwiepten. Ook oogde ze af en toe haar boudoirtje rond: wat wès het gezellig. Zij had het gestoffeerd in grijs-blauw tegen een warmrood behang; er was een klein insluithaardje waarnaast een ouderwetsch eikèn turfkistje stond, wat ze nu wel niet gebruiken kon, maar dat de kamer toch gezellig maakte. Het deksel was prachtig gesneden en de koperen hengsels blonken. Het was een cadeau van Rob geweest; had het opgescharreld bij een antiquaar, 't Was wel jammer dat ze hier geen open haardje had ...

Haar brief af, besloot ze hem zelf naar de post te brengen ; er kwam wat zon door, en ze verlangde naar de gezelligheid der straten. Ze kon het juist nog doen vóór het koffiedrinken; Willy kwam meestal niet thuis voor halfeen.

Boven kleedde zij zich in haar nieuwe wandelpak, kreeg haar blauwvos, en stond even in dubio toen welke hoed. Ze besloot tot den zwarten, dien zij voor de psyche nu vaststek. Maakte die hoed haar wat ouwelijk misschien? Welnee, hij flatteerde haar juist nog. al, geloofde ze. Zij stak de lange spelden en becritizeerde zich onderwijl. Typisch, die groote hoeden van tegenwoordig, hoewel ze in Parijs nog veel grootere had gezien 1 Gelukkig dat ze tamelijk veel haar had om die rollen te verbergen; wat scheen haar cre-

Sluiten