Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zicht nu klein: het verzonk er onder. Zij kon het niet helpen zoo'n klein gezicht te hebben; 't was niets geen overdreven groote hoed en de menschen konden er dus niets in vinden.

Beneden, in de gang, liep ze Pietje bijna tegen 't lijf.

— Vrekskuus mevrouw, ik had u juist even willen vragen: mag Martha straks, als ze met haar werk beneden klaar is, aan de wasch beginnen die boven op zolder ligt; ik zal haar vanmiddag dan wel een handje helpen...

'r4 We,[a Pietje, laat Martha de wasch maar vast gaan doen...

~ Ik heb dat eene paar schoenen van meneer maar aan den schoenmaker meegegeven, mevrouw; hij is vanmorgen wezen hooren.

Uitstekend Pietje; is er nog meer? Ik ga even dezen brief naar de post brengen; ben terug vóór meneer komt komedrinken, hoor.

— Jawel mevrouw; wacht, la 'k de deur eens voor u openhouden. Dag mevrouw...

— Dag Pietje ...

Hè — wat was 't lekker buiten, nu de zon doorbrak. Jammer dat Rob weêr naar Leiden was; ze zou anders wel lust hebben in een toertje, vanmiddag... Toch een saaie straat die Nassau Odijk, en die Nassau Dillenburg; ze was blij den hoek om te slaan naar de Koningskade. Wacht, ze kon wel met een omweg gaan; 't was nog vroeg genoeg, in de verlengde Javastraaf roesde een gezellige drukte; vroolijk scheen de zon tegen de gevels der huizen; witte trammen schoven gonzend langs; een wagen van Pander gloeide in schitterende kleuren; slagersjongens in hun witte hesjes rammelden haar op hun beslijkte fietsen voorbij. Zij vermaakte zich met de menschen die ze tegenkwam op de trottoirs: al die verschillende typen. Sommigen keken naar haar. eén heer zelfs vrij brutaal; tant pis; 't sprak van zelf dat ze hem totaal negeerde.

Na het Nassauplein werd de straat opeens veel deftiger en stiller; veel prettiger wonen dan in de Nassau Odijkstraat I Tant pis. wat niet was kon komen. „Ik houd niet van jongelui die dadelijk zoo hoog „vliegen", had grootmoeder eens gezegd met haar pruimemondje; 't lieve menschjel

Op het Plein '13 stond het monument scherpdonker tegen de langzamerhand geheel blauw geworden lucht; 't werd mooi weêr en 't was niets koud; zou mama niet meê willen gaan toeren vanmiddaa?

Sluiten