Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 't Noordeinde zag ze Marie aankomen, 't korte dikkertje, haastig-dribbelend, alsof ze overal tegelijk moest zijn. Wat stond die mantel haar gek, bepaald wat sjofeltjes; heel weinig freuleachtig. Kijk, daar kreeg ze ook haar, Annie, in 't oog; haar goeiig dik gezicht begon te lachen als een bolle maan, en ze scheen opeens nog veel meer haast te hebben. Nou stil, nu niet je schoonzusje bevitten; — wat was ze toch 'n vervelend spook!

— Dag Ans, hé wat leuk dat ik jou daar tref; waar ga je naar toe zoo tegen koffietijd en zoo en grande toilette? Kom je bij ons koffiedrinken?

— Om je armen broer maar in handen der barbaren over' te laten? vroeg Annie.

— Ach natuurlijk; wat dom; maar ik dacht Wim was misschien uit de stad. Zijn dat Pietje en Martha: de „barbaren"? Foei Ans, wat heb jij toch altijd rare uitdrukkingen, bestrafte ze lachend. — En waar ging je nu naar toe als 'k vragen mag?

— Naar de Koninklijke Nederlandsche Posterijen. Ziehier 't epistel met welks bezorging ik mij belast.

— Kom, dan loop ik maar met je terug en ga meteen door naar huis. Ik had nog een boodschap, maar die kan ik wel van middag doen.

Samen gingen ze den kant op naar de Hoogstraat, en onderwijl vertelde Marie van haar Vacantiekolonie. Den heelen morgen had ze er al voor geloopen en vanmiddag moest ze er weêr op uit; ze was in 't hoofdbestuur tegenwoordig.

— Got hoe braaf I en wat deftig; 'k voel je glorie al op me afstralen I spotte Annie.

— Ik ben vanmorgen bij verschillende gezinnen geweest: op den Zuidwal en het Groene wegje... vanmiddag moet ik naar de Lijnbaan en den Noord West Binnensingel: allemaal kinderen die het hard, hard noodig hebben, maar 't bhjft een toer ze allemaal te helpen. Er moest veel meer geld zijn... zuchtte ze. Toen: — Zeg Ans, ga je vanmiddag niet eens met me meê? Of heb je 't thuis te druk?

— O nee 1 — Pietje zorgt wel dat ik thuis niets te doen heb. Vanmiddag meê, zeg je ? Nee, 't spijt me, maar vanmiddag kan ik niet goed; later heel graag eens, hoor 1

— Goed... heusch, het is heel interessant, en 't is zoo noodig dat vrouwen uit onzen kring zich wat meer met het volk gaan bemoeien.

— O gunst... zuchtte Annie. haar ooaen even ooslaand naar

Sluiten