Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Nou ja... egoïstisch of niet; het is zoo. En voor jullie is het evenmin prettig. Een fatsoenlijke familie moet zich met dergelijke elementen nu eenmaal niet lieeren...

— Zeg jij I je spreekt net alsof het Annie zelf betreft, zei Marie verontwaardigd. — Wil ik je eens wat zeggen: jij bent zulk een lief schoonzusje als Annie is niet waard meneer. Maar kom, 't wordt hoog tijd dat we naar voren gaan en de meiden kunnen afnemen...

In de voorkamer der suite aan den overkant van de gang had, na den eten, de oude mevrouw Ter Kraane hare schoondochter bij zich op de canapé getrokken. — Kindje, wat hebben we nog weinig van mekaar gemerkt... je zou straks weggaan, zonder dat... nietwaar ... en dat zou me spijten ... want het gebeurt toch niet zoo heel dikwijls dat we ... nee, nee, tracht je maar niet te verdedigen hoor kind... ik begrijp wel... in een jong huishouden is veel te doen, en dan zulke ouwe luidjes als wij zijn, niet...

— Ach wel nee mevrouw; dat verbeeldt u zich heusch maar; 't is toch heusch niet zoo lang geleden dat ik het laatst hier ben geweest...

In den warmen, rood-gelen schijn der ouderwetsche, zwaarbronzen gaskroon, waarvan twee der drie pitten die waren aangestoken de groote vierkante ruimte nauwelijks genoeg verlichtten en de hoeken met de zware gordijnen en portières, het tafeltje met familieportretten links bij 't raam, de étagère met het witte beeldje en de afhangende verkleurde kwastjesfranje, bij de deur, half heten verschemeren, zaten ze wat afgezonderd, mevrouw met Annie's handen in de hare. In het felle licht, vlak onder de kroon, aan de mahonie tafel met de gedraaide pooten: leeuwenklauwen stevig geplant op het wijnrood, van ouderdom grijzig overwaasd tapijt — zaten de beide jongens aan het blad-zonder-tafelkleed, wat Annie zoo burgerhjk had gevonden de eerste maal dat zij in deze kamer kwam. Ze keken zoetjes met z'n beiden in een portret-album; als een dubbele maan-in-een-vijver lagen de beide lichtpitten boven hun hoofd in het tafelvlak gekaatst. De heer Ter Kraane was nog boven mét Willem aan 't rooken; Jo, die nu spoedig binnen kwam, bracht de theetafel in gereedheid.

— En kind... nu moet je me toch eens vertellen... hoe gaat het met de booien... heb je 't nog al getroffen, of... ach, 't is hier een algemeen gesukkel in Den Haag...

— O mevrouw... mama wil ik zeggen ... 'k zou heusch niet weten wat goeie meiden zijn als Pietje en Martha 't

Sluiten